Het was in alle opzichten weer een hectische maand voor Defensie, het Defensiepersoneel, maar ook voor mij als uw voorzitter.
De onzichtbare vijand corona lijkt aardig teruggedrongen maar voorzichtigheid blijft geboden. Men gaat langzaamaan weer ‘normaal’ aan het werk hoewel dat wel weer het ‘nieuwe normaal’ is. Ik hoop oprecht dat dit nieuwe normaal wel een momentopname is. Ik kan me namelijk moeilijk voorstellen dat we dit ‘nieuwe normaal’ allemaal daadwerkelijk gaan volhouden.
In ieder geval is de ondersteuning die Defensie gaf in binnen- en buitenland in het kader van corona, behoorlijk teruggebracht en worden langzamerhand steeds meer zaken opgestart. Opleidingen, opwerken, oefenen maar eigenlijk veel en veel meer. Goed maar ook noodzakelijk.
Defensie moet er immers staan als het erop aan komt. Dat was zo aan het begin van de corona-perikelen maar dat zal ook zo zijn als er onverhoopt een tweede golf komt. En uiteraard ook in andere situaties. Dat hebben we wederom gezien toen Defensie direct gevraagd werd om te ondersteunen bij andere zaken in het publieke belang. Defensie is, ook wat dit betreft, net als water uit de kraan: Iedereen verwacht dat het er domweg is als je de kraan opendraait, maar het mag niet te veel kosten.
Kosten en Defensie! Het blijft toch altijd weer ‘een dingetje’. 800.000 zorgmedewerkers krijgen, terecht!, een ‘coronabonus’ van € 1000,00 netto. Maar als er bij Defensie geld nodig is, al is het alleen maar om eindelijk eens een serieuze stap te kunnen zetten in de richting van de afgesproken 2% van het Bruto Binnenlands Product, geeft niemand thuis.
Goed, de coronabonus is vooralsnog eenmalig en de belofte van 2% BBP vraagt om een structurele verhoging van het Defensiebudget, maar ook die bonus voor het zorgpersoneel is serieus geld. Een kleine € 1.500.000.000 oftewel anderhalf miljard euro (met name doordat het een netto uitkering diende te worden en er derhalve sprake is van een eindheffing).
Ik heb mij, ook dit keer weer, verbaasd over overlegzaken. In positieve maar ook in negatieve zin. Door hard werken van velen zijn er, ondanks de beperkende ‘coronamaatregelen’, diverse reorganisatieplannen afgerond. Overigens denken wij wel wat anders over de effecten daarvan dan Defensie. Defensie zegt vaak dat we door de reorganisaties groeien, maar wij zien vaak het vullingspercentage dalen. Groeien kan immers alleen maar als er daadwerkelijk meer collega’s instromen en minder uitstromen. Door middel van reorganisatie creëren we anders slechts nieuwe maar lege stoelen.
En dan het ‘doorpruttelen’ in de Werkgroep arbeidsvoorwaarden om afspraken uit het laatste Arbeidsvoorwaardenakkoord uit te werken. Deze waren immers veel te laat op gang gekomen en ook inhoudelijk ging het er stroperig aan toe. Twee vergaderingen van het SOD om, op verzoek van alle bonden in de sector Defensie, de druk op te voeren, losten ook niets op. Het enige winstpuntje was dat de werkgever Defensie positief reageerde op onze oproep om de tijdelijke salaristabel te verlengen, en daar ook de 3,15% loonsverhoging aan toe te voegen per 1 juli 2020. Helaas initieel maar tot oktober, – maar het begin is er. Dat alles resulteerde in een vergadering op 9 juli om te bezien of verder onderhandelen nut zou hebben of dat de kwestie aan de Advies en arbitrage-commissie (AAC) moest worden voorgelegd. Alweer…
Overigens hadden wij graag dooronderhandeld met Defensie om te bekijken wat er wél mogelijk was per 1 juli maar de collega-bonden wilden liever naar de AAC. Hoe dat ons allen zou moeten helpen vraag ik mij nog steeds af. Onderhandelen over een aan arbeidsvoorwaarden gerelateerde afspraak horen de sociale partners immers te doen. Dat doet de AAC niet en ook de Tweede Kamer niet.
Al met al staat het reces of verlof voor de deur. Een moment van bezinning en een moment van rust. Ik wens u dan ook een heel goed, en bovenal gezond, verlof toe.