Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf wordt de begroting van Defensie voor 2021 behandeld in de Tweede Kamer. Bij de begrotingsbehandeling komen veel zaken aan de orde. Maar vrolijk worden we daar niet van. Het gaat van de naamgeving van nieuwe schepen (en boten) bij de marine naar de aanstellingsleeftijd van militairen en alle varianten ertussen. Serieuze en inhoudelijke discussies over bijvoorbeeld opkrikken van de Defensiebegroting naar het niveau dat nodig is om de “Grondwettelijke taken van de Krijgsmacht” te kunnen garanderen, blijven uit. Dus blijft de “Defensievisie 2035” volgens mij gewoon een luchtig jongensboek en komen we er nooit!


Sterker nog, ik heb deze week zelfs de woordvoerder van de VVD horen aangeven dat zijn partij wil “groeien naar het Europees gemiddelde” i.p.v. naar de 2% van het BBP zoals afgesproken met de partners in de NAVO. Ik vind dat iets om je kapot voor te schamen als (relatief) rijk land. Als de grootste partij van Nederland dit van plan is krijgen we de komende decennia weer te maken met een kaalslag bij Defensie met alle negatieve gevolgen van dien voor de Grondwettelijke taken van de Krijgsmacht.


Nee, we noemen het geen bezuinigingsmaatregel als de KM bekend maakt een schip uit de vaart te nemen, er een burgeraannamestop wordt afgekondigd of als er (op diverse plaatsen) oefendagen worden gereduceerd enzovoorts. We hebben alleen geen geld om te doen wat we wel zouden moeten doen. Of dit het personeel van Defensie motiveert is de vraag. Zonder geld voor essentiële zaken gaan we het “achterstallige onderhoud” niet inlopen. “Pappen en nathouden” wordt dan weer het parool de komende jaren dan wel decennia.


Zo is er net een tweetal procedures afgerond bij de Arbitrage en Adviescommissie (AAC). Een daarvan ging over de inrichting van één uniforme employability organisatie voor heel Defensie en de andere ging over de discussie omtrent de invulling van het nieuwe loongebouw per 1 juli jl. Over deze procedures kunt u elders in dit ACOM Journaal meer lezen, maar de rode draad is wel helder. Afspraken die Defensie met de vakbonden (dus u) maakt worden “niet altijd nagekomen”. En als we het heel netjes zeggen is dat natuurlijk te schandalig voor woorden.


Afspraak is afspraak, en of dat nu gaat om het invoeren van het nieuwe loongebouw voor militairen per 1 juli 2020, het nieuwe personeelssysteem voor militairen medio oktober 2020 of het zorgen voor een nieuw arbeidsvoorwaarden-akkoord per 1 januari a.s., het “schiet allemaal niet op”. Want laten we helder zijn, al die zaken kosten linksom of rechtsom geld. Dat wist Defensie ook toen ze de afspraken maakte, maar uiteindelijk blijkt er voor heel veel zaken geen geld te zijn. Ik ben dan ook benieuwd naar de reactie van Defensie op onze inzetbrief arbeidsvoorwaarden en die van de collegae. Maar één ding weet ik zeker: net als in het vorige traject is het wederom “(too little) and too late”. Wij zullen ons maximaal blijven inzetten voor het invullen van al de elementen, maar we kunnen dat uiteraard niet alleen, vooral Defensie moet met duidelijkheid komen. Duidelijkheid over wat ze wel en niet wil, maar bovenal hoeveel beleidsmatige en financiële ruimte daaraan gekoppeld is.


Ik wens u en de uwen een Zalig Kerstfeest en een voorspoedig maar bovenal gezond en veilig 2021 toe.