2018-11-23_Jan_Kropf_

Voorwoord ACOM Journaal februari 2025

Recentelijk hoorde ik veel stellingen en quotes, – die zetten mij vaak aan het denken. Zo stelde de kersverse secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, dat het “geen oorlog is maar ook geen vrede”. Dat zette mij dus oprecht aan het denken. Wat is het dan wel? Een beetje zwanger bestaat immers niet. Een beetje oorlog ook niet.

Als oorlog zwart is en vrede wit is, zitten daartussen dan vijftig tinten grijs? En zo ja in welke grijstint verkeren wij dan, en in welke grijstint onze bondgenoten? Ik vond deze schakering van wit naar zwart met vele grijstinten, in ieder geval meer tot mijn verbeelding spreken dan het stoplicht met drie kleuren. De kleuren van een stoplicht spreken misschien wel meer tot de (algemene) verbeelding, maar dat is een andere discussie.

Als vrede groen is en oorlog rood, dan zou elk land waar geen echte vrede is en geen echte oorlog, immers oranje zijn. Voorlopig ga ik ook nog even piekeren welke aspecten behoren bij welke schakering grijs en welke bij het zwarte scenario, en laten we oprecht hopen dat het zwarte scenario ons allen bespaard blijft.

Een andere was de opmerking van de commandant van CLAS, luitenant-generaal Jan Swillens: “Laten we ‘riders in the storm’ zijn en geen ‘free-riders’. Ook dat gaf stof tot nadenken. Uiteraard ben ik het in de basis volledig met hem eens. Maar met geld alleen schrikken we als Nederland, ook samen met onze bondgenoten, niemand af en zeker een land als Rusland niet. Daar maalt men immers niet om mensenlevens. Als militairen en zelfs burgers sneuvelen is dat simpelweg wat het is.

Ik heb dan ook vooral beeld bij opmerkingen als: “Om oorlog te voorkomen moeten we willen vechten, slimmer vechten en kunnen vechten”. Het zit naar mijn mening nog steeds niet in het systeemdenken van Nederlanders dat, als het ertoe doet, gevochten moet worden voor ons aller vrijheid en veiligheid. Voor dat wíllen vechten moet de maatschappij dus ook omdenken en niet alleen Defensie. Ik draag daar graag mijn steentje aan bij, in gesprekken met Defensie maar ook buiten Defensie. Ik ga daarover dan ook graag met u in gesprek. Alleen samen kunnen we het verschil maken.

Het tweede deel uit de quote gaat over “slimmer vechten”. Hoewel vechten in deze context iets is wat we nooit zouden moeten willen, word ik wel gematigd vrolijk van deze stelling. De beste afschrikking bestaat immers uit de kracht die men als krijgsmacht op de mat kan brengen. En kwaliteit is daarbij steeds belangrijker dan kwantiteit.

Snel schakelen en kunnen aanpassen aan de situatie is niet alleen slimmer maar ook essentieel. Als dan de wil er is en we hebben de slimme dingen gedaan om te zorgen dat we voor elke vijand klaar zijn, komen we bij het kunnen vechten. Kunnen vechten is alleen nodig als de afschrikking om een oorlog te voorkomen niet groot genoeg was. EN kunnen vechten is dan voor mij niet alleen het gevecht kunnen aangaan maar ook beschikken over voortzettingsvermogen. Daar liggen wat mij betreft nog de nodige uitdagingen. Daarover zullen nog de nodige gesprekken gevoerd moeten worden en zal er nog wat wet- en regelgeving moeten worden aangepast. Oorlog is immers geen voetbalcompetitie, derhalve is tweede worden geen optie! Wellicht heeft u naar aanleiding van dit voorwoord ook stof tot nadenken. Wilt u daar samen een keer over sparren? Neem dan contact op via info@acom.nl en als u voor een zaaltje en de aanwezigheid van een aantal leden van de ACOM zorgt en koffie, dan neem ik wel de koeken mee.

Voorwoord ACOM Journaal januari 2025

Het jaar 2024 is in vele opzichten voorbijgeschoten. Op het moment dat ik dit schrijf is de jaarwisseling net achter de rug. Op uiteenlopende sociale media wordt veel geschreven over het vuurwerk en alle ellende die daarmee gemoeid gaat.

Veel schade, veel stikstofproblematiek, maar bovenal veel zichtbaar en onzichtbaar leed. Twee doden, vele gewonden en daarnaast veel mensen en (huis)dieren die daar om allerhande redenen last van hebben. Ik zal mij niet wagen aan het opstarten van een discussie over nut, noodzaak en traditie inzake vuurwerk, maar ik vind het toch wel opvallend.

Wat mij echter wel oprecht stoorde is dat er mensen op sociale media opperden dat “het wel oorlog leek”. Ook op dit moment zijn er miljoenen mensen die dagelijks daadwerkelijk geconfronteerd worden met een misselijkmakende oorlog. Hoe vervelend (of erg) men de jaarwisseling ook kan ervaren, een vergelijking met ‘oorlog’ gaat voor mij alle perken te buiten. Overigens kan men de huidige oorlog(en) ook ervaren zonder directe ontploffingen of agressie te voelen. Zo wijs ik nog maar eens op de vele vormen van hybride oorlogsvoering. De Russische schaduwvloot die er telkenmale van “verdacht wordt” met over de grond slepende ankers belangrijke onderzeese kabels te vernietigen of de grote hack van het ministerie van financiën in de Verenigde Staten, zijn daar toch wel specifieke voorbeelden van.

Maar ook indirect uiteraard, de prijzen van bepaalde producten stijgen door de disbalans tussen vraag en aanbod, maar soms ook door onzekerheden. De wereldwijde economieën staan op verschillende manieren onder druk en de aanstaande inauguratie van Donald Trump (op 20 januari a.s.) als president van de Verenigde Staten geeft ook de nodige reuring. Tel daarbij in ons eigen kleine landje voor Defensie de bijzondere omstandigheden op, en we hebben met zijn allen wel weer het nodige om over na te denken. Hebben we net een wet in de molen zitten die zeker dient te stellen dat er jaarlijks minimaal 2% van het BBP naar Defensie zal blijven gaan, komt de discussie alweer los over een nieuwe grens die voor de NAVO-landen zal moeten gaan gelden.

De vreemdste percentages doen daarbij de ronde: 2,4% en 3% worden veel genoemd, maar ook 5% is al voorbijgekomen. Een terechte oproep lijkt mij overigens. De 2% was blijkbaar voldoende in 2014, en nu we tien jaar verder zijn is de wereld om ons heen danig veranderd.

Los van de vraag hoe men die eventuele verhoogde begroting (voor Nederland) zou moeten wegzetten, krijgen we natuurlijk ook de vraag of de problematiek alleen met geld op te lossen is? De vraag stellen is eigenlijk toch ook het antwoord geven.

Defensie heeft niet alleen behoefte aan (veel) meer financiële ruimte, maar ook aan duidelijkheid en (veel) meer militair personeel. Die duidelijkheid gaat vast snel komen. Er zal toch duidelijk moeten worden wat de NAVO van Nederland (en andere NAVO-partners) verwacht in bepaalde situaties en wat we daar eventueel voor moeten aanschaffen. Voor het militair personeel is dat lastiger. Hoe komen we als Defensie aan kwalitatief en kwantitatief voldoende militair personeel dat op de momenten dat Defensie dat wenst, of sterker nog daartoe verplicht is, kan worden ingezet.

Wat mij betreft zijn er dan ook twee cruciale onderwerpen die eindelijk eens breed uitgediscussieerd dienen te worden en vervolgens ook duidelijk gecommuniceerd moeten worden: Hoe en onder welke voorwaarden kunnen reservisten verplicht worden opgeroepen in werkelijke dienst en waarvoor kunnen ze dan worden ingezet en als tweede, wordt het geen tijd om serieus na te denken over het opnieuw invoeren van de opkomstplicht, voor mannen én vrouwen.

Eén conclusie durf ik wel te trekken, ook 2025 zal geen saai jaar worden en zal ook zo weer voorbijschieten. Rest mij nog u allen, en uiteraard uw naasten, een vredig, gezond en bovenal veilig 2025 toe te wensen.