2018-11-23_Jan_Kropf_

Voorwoord ACOM Journaal december 2020

Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf wordt de begroting van Defensie voor 2021 behandeld in de Tweede Kamer. Bij de begrotingsbehandeling komen veel zaken aan de orde. Maar vrolijk worden we daar niet van. Het gaat van de naamgeving van nieuwe schepen (en boten) bij de marine naar de aanstellingsleeftijd van militairen en alle varianten ertussen. Serieuze en inhoudelijke discussies over bijvoorbeeld opkrikken van de Defensiebegroting naar het niveau dat nodig is om de โ€œGrondwettelijke taken van de Krijgsmachtโ€ te kunnen garanderen, blijven uit. Dus blijft de โ€œDefensievisie 2035โ€ volgens mij gewoon een luchtig jongensboek en komen we er nooit!

Sterker nog, ik heb deze week zelfs de woordvoerder van de VVD horen aangeven dat zijn partij wil โ€œgroeien naar het Europees gemiddeldeโ€ i.p.v. naar de 2% van het BBP zoals afgesproken met de partners in de NAVO. Ik vind dat iets om je kapot voor te schamen als (relatief) rijk land. Als de grootste partij van Nederland dit van plan is krijgen we de komende decennia weer te maken met een kaalslag bij Defensie met alle negatieve gevolgen van dien voor de Grondwettelijke taken van de Krijgsmacht.

Nee, we noemen het geen bezuinigingsmaatregel als de KM bekend maakt een schip uit de vaart te nemen, er een burgeraannamestop wordt afgekondigd of als er (op diverse plaatsen) oefendagen worden gereduceerd enzovoorts. We hebben alleen geen geld om te doen wat we wel zouden moeten doen. Of dit het personeel van Defensie motiveert is de vraag. Zonder geld voor essentiรซle zaken gaan we het โ€œachterstallige onderhoudโ€ niet inlopen. โ€œPappen en nathoudenโ€ wordt dan weer het parool de komende jaren dan wel decennia.

Zo is er net een tweetal procedures afgerond bij de Arbitrage en Adviescommissie (AAC). Een daarvan ging over de inrichting van รฉรฉn uniforme employability organisatie voor heel Defensie en de andere ging over de discussie omtrent de invulling van het nieuwe loongebouw per 1 juli jl. Over deze procedures kunt u elders in dit ACOM Journaal meer lezen, maar de rode draad is wel helder. Afspraken die Defensie met de vakbonden (dus u) maakt worden โ€œniet altijd nagekomenโ€. En als we het heel netjes zeggen is dat natuurlijk te schandalig voor woorden.

Afspraak is afspraak, en of dat nu gaat om het invoeren van het nieuwe loongebouw voor militairen per 1 juli 2020, het nieuwe personeelssysteem voor militairen medio oktober 2020 of het zorgen voor een nieuw arbeidsvoorwaarden-akkoord per 1 januari a.s., het โ€œschiet allemaal niet opโ€. Want laten we helder zijn, al die zaken kosten linksom of rechtsom geld. Dat wist Defensie ook toen ze de afspraken maakte, maar uiteindelijk blijkt er voor heel veel zaken geen geld te zijn. Ik ben dan ook benieuwd naar de reactie van Defensie op onze inzetbrief arbeidsvoorwaarden en die van de collegae. Maar รฉรฉn ding weet ik zeker: net als in het vorige traject is het wederom โ€œ(too little) and too lateโ€. Wij zullen ons maximaal blijven inzetten voor het invullen van al de elementen, maar we kunnen dat uiteraard niet alleen, vooral Defensie moet met duidelijkheid komen. Duidelijkheid over wat ze wel en niet wil, maar bovenal hoeveel beleidsmatige en financiรซle ruimte daaraan gekoppeld is.

Ik wens u en de uwen een Zalig Kerstfeest en een voorspoedig maar bovenal gezond en veilig 2021 toe.

Voorwoord ACOM Journaal november 2020

Vorige maand begon ik mijn voorwoord met de zin โ€œOp het moment dat ik dit schrijf wordt Nederland opnieuw aangevallen door een (her)gegroepeerde onzichtbare vijand: COVID-19.โ€

Maar hetgeen ook vandaag door mijn hoofd speelt, net als bij ongetwijfeld velen onder u is toch nog steeds COVID-19.

Ook binnen Defensie is de invloed van COVID-19 dagelijks merkbaar. Dat kan zijn doordat men anders moet/kan werken maar ook doordat dit juist niet kan. Defensie is immers een kritische sector binnen Nederland en ook, of misschien wel juist, in dit soort tijden is dat merkbaar. Merkbaar voor mensen binnen Defensie. Voor de rest van Nederland is Defensie nog steeds als water uit de kraan: Als je er behoefte aan hebt is het er, en het mag eigenlijk niets kosten.

Ook zijn diverse collegae direct ingezet om steun te geven in het openbaar belang. Terecht! Dat is immers รฉรฉn van de (hoofd)taken van de krijgsmacht. En daar komt een nieuwe inzet bij. Defensie heeft positief gereageerd op een bijstandsverzoek waardoor circa duizend militairen (initieel) een zevental โ€˜XL-snelteststratenโ€™ gaan opstarten en bemensen.

Gisteren heb ik ook kennis genomen van het (min of meer vrijblijvende) advies van de Advies- en Arbitragecommissie (AAC) inzake het geschil met betrekking tot het loongebouw. Deels wordt in het advies duidelijk gemaakt dat er zeker niet op alle punten open en reรซel overleg is geweest en dat dit voor het grootste deel aan Defensie heeft gelegen. Maar er wordt ook onomwonden aangegeven dat, ondanks dat wij langdurig en veelvuldig hebben opgeroepen om de onderhandelingen te starten, de overige centrales en Defensie daarmee veel te lang gewacht hebben. En tja, zoals de AAC aangeeft hebben alleen wij deze verantwoordelijkheid serieus genomen. Maar helaas รฉรฉn partij aan tafel kan in deze het verschil niet maken.

Ook wordt (wederom) aangegeven dat partijen de aanbevelingen ter harte dienen te nemen van de opeenvolgende commissies die indertijd zijn ingesteld om het onderhandelingsklimaat te verbeteren. Daar zijn wij het uiteraard mee eens. Waar wij minder enthousiast over zijn is het advies om als sociale partners samen een onafhankelijke procesregisseur te benoemen in verband met het voeren van het overleg. Verder zou onder leiding van deze procesregisseur de discussie over uitgangspunten waaraan het nieuwe bezoldigingssysteem moet voldoen, zo spoedig mogelijk moeten aanvangen. Ook dat is immers al een aantal malen geprobeerd onder verschillende โ€œonafhankelijke voorzittersโ€ en ook dat heeft niet geleid tot het gewenste resultaat.

Worden wij hier nu vrolijk of optimistisch van? Neen! Door een onafhankelijk voorzitter of een procesregisseur gaat het allemaal niet sneller of beter. Het heeft vooral te maken met financiรซle en beleidsmatige ruimte en vertrouwen. En, last but not least, met de wil om er - in het belang van het Defensiepersoneel - samen uit te komen op het juiste moment. Dat moeten de sociale partners gezamenlijk doen aan de onderhandelingstafel. Dus op tijd, anders wordt het weer too little, too late!

Dat was dan ook de voornaamste reden voor onze inzetbrief arbeidsvoorwaarden. Een verzoek aan Defensie om de urgentie te delen en te beginnen met de onderhandelingen voor het arbeidsvoorwaardenakkoord vanaf 1 januari 2021. Eigenlijk is dat al weer erg laat maar wij zouden toch wel heel graag een onderhandelingsresultaat bekend willen maken voordat het huidige akkoord โ€œaflooptโ€.

Ook dat is respect en waardering, en daar heeft u naar mijn mening het volste recht op.