2018-11-23_Jan_Kropf_

Voorwoord ACOM Journaal mei 2020

Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf ben ik nog steeds beduusd en onder de indruk van de Dodenherdenking van gisteravond. Ik ben dus op deze vroege morgen verzonken in gedachten en bedenkingen terwijl langzaam in alle stilte de ochtendzon opkomt.

Het is Bevrijdingsdag, 5 mei 2020, en het is echt stil om mij heen. Hoewel ook stil voor mij nu een nieuwe dimensie heeft. Is het normaal al erg 'stil' op de Dodenherdenking om 20.00 uur, gisteren was het oorverdovend stil. Een stilte die men kon horen, of zelfs kon voelen.

Een indrukwekkende stilte op vele plaatsen in het land waar de gevallenen herdacht werden. En dat alles in het jaar waarin we bovenal 75 jaar vrijheid zouden vieren. Een lustrumviering die zich niet zomaar een jaar laat verplaatsen. Laten we dat echter vooral vieren en laten we ook vooral de gevallenen herdenken. Niet alleen op 4 en 5 mei, maar altijd, opdat we nooit mogen vergeten hoe kostbaar vrijheid is en hoeveel dank en respect we verschuldigd zijn aan de mensen die daarvoor hebben gestreden en strijden en daarvoor immense offers hebben gebracht.

En dat brengt mij dan ook weer bij de werkelijkheid van heden ten dage. De hele wereld, en dus ook ons mooie Koninkrijk, is in de greep van corona. Ik ben geen viroloog of bioloog en dien het derhalve te doen met de informatie die verstrekt wordt. Al die signalen verschillen en vaak komen die signalen over als de stem van een roepende in de woestijn. Maar een ding komt volgens mijn interpretatie bij vrijwel alle sprekers als rode draad terug in het verhaal: corona is een onzichtbare vijand met enorme impact. Impact nu op de gezondheid van vele mensen, waarbij helaas ook veel mensen in verschillende gradaties ziek worden en in aanzienlijke aantallen zelfs overlijden. Maar ook impact op de wijze waarop we werken en leven, en ook die impact is voor iedereen anders.

De omgeving van grote groepen mensen wordt aanzienlijk verkleind door de anderhalve-meter beperking en het sluiten van een aanzienlijk aantal faciliteiten en verbieden van allerlei evenementen. Allemaal begrijpelijke stappen, maar afgaande op signalen om ons heen heeft dat ook wel de nodige impact op ons aller welzijn en levensvreugde. Tot slot blijkt ook telkens maar weer hoe groot de economische gevolgen van dit alles uiteindelijk zullen zijn.

Regelmatig worden bedragen genoemd van tientallen miljarden euro’s die dit alleen al direct “gaat kosten” voor de BV Nederland. Kosten aan extra uitgaven en verminderde inkomsten. Daarbij wordt overigens telkenmale aangevoerd dat Nederland dit kan opvangen, maar laten we wel zijn, het moet wel ergens vandaan komen en doorgaans wordt de gemiddelde Nederlander daar uiteindelijk niet beter van.

Als we daarbij dan optellen dat de dalende koersen ook nog hebben gezorgd voor een enorme daling in de dekkingsgraad van de pensioenfondsen moeten we ook maar eens bezien wat daar weer de effecten van zullen zijn.

Maar er is ook gematigd positief nieuws op het corona-front. Deze onzichtbare vijand lijkt langzaam overwonnen te worden. Het aantal patiënten op de IC met corona neemt gestaag af en ook het aantal patiënten dat komt te overlijden loopt terug. En dat is van groot belang, hoewel deze onzichtbare vijand nog niet verslagen is! En die vijand verslaan kunnen we alleen met zijn allen te samen. Ook als er kleine stapjes worden gezet om de intelligente lockdown te verzachten is het van belang om uiterst voorzichtig te blijven. Want dat we voorlopig nog wel maanden of jaren gebukt zullen gaan onder de effecten van corona is eenieder wel duidelijk.

In die zin wens ik u dan ook veel wijsheid toe maar bovenal hoop ik oprecht dat u en de uwen gezond mogen blijven.

Voorwoord ACOM Journaal april 2020

Het is het begin van een zwoele zomers aandoende lenteavond als ik dit voorwoord schrijf. Ik werk nu thuis, in de tuin. Niets om mij heen wijst erop dat er iets bijzonders aan de hand is. De zon gaat langzaam onder, het wordt wat koeler en de vogeltjes laten horen dat het voorjaar is.

Dan komt de werkelijkheid weer binnen. Wederom een persconferentie van onze premier, Mark Rutte, en minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoe staat het er nu voor in Nederland op het gebied van corona. Die persconferenties zijn vaak duidelijk. Op mij komt de premier op die momenten dan ook echt over als de premier van alle Nederlanders, en zo hoort het ook. In tijden als deze, waarin we feitelijk als collectief een oorlog voeren tegen een inzichtbare vijand, is een goede communicatie cruciaal.

Corona bepaalt voor vele mensen, dus ook voor de medewerkers van Defensie, het dagelijkse leven en doen en laten. Ook wordt steeds duidelijker dat we daar nog weken of maanden direct en wellicht nog jaren indirect door beïnvloed zullen worden.

Vele mensen werken thuis in ons Koninkrijk en dat geldt ook in grote mate voor het personeel van Defensie. Uiteraard niet iedereen, vele zaken dienen immers ‘gewoon” door te gaan. Ineens weet heel Nederland wat kritische beroepen zijn en waarom dat ook zo is. Voor beroepen in de zorg en voor bijvoorbeeld politie begreep men dat al snel, maar ook beroepen in de logistiek, de vakkenvullers, caissières etc. werden ineens alom gewaardeerd.

Ook voor Defensie, gezien de zichtbaarheid en ondersteuning, is er steeds meer begrip en waardering. Dit besef kwam overigens pas na een paar dagen. Men ging eerst wild hamsteren: Als we de verhalen moeten geloven zijn er nu huishoudens met voldoende wc-papier om het hele huis te behangen en hebben ze voldoende blikjes en potjes groenteconserven om de komende winter, en de periode er naartoe, dagelijks te koken.

Ook is er veel respect en waardering voor mensen in die vitale beroepen die maar doorgaan om deze onzichtbare vijand te verslaan. In alle beroepen, ook voor Defensie. Bij Defensie kan men doorgaan omdat het direct cruciaal is, zoals bijvoorbeeld de directe inzet of ondersteuning daarvan, maar iets kan ook essentieel zijn op bijvoorbeeld het gebied van opleiden en trainen. En ook dan is het uiteraard van groot belang dat alles goed wordt uitgelegd.

Militairen, maar ook de burgermedewerkers bij Defensie, beseffen als geen ander dat ook zij een bijzonder en belangrijk beroep hebben. Militairen zijn in crisissituaties van “the last man standing” en altijd, bereid om die extra stap te zetten. Zelfs als dat extra risico’s met zich meebrengt. Ook dat is immers een element van de bijzondere positie van de militair. Doorgaan waar anderen stoppen, en op de manier het verschil maken. Op dit moment gebeurt dat al op vele plaatsen in ons Koninkrijk. Zowel in Europees Nederland als in het Caribisch deel van ons Koninkrijk en uiteraard op alle plaatsen hierbuiten waar, indien mogelijk, ook de operaties en missies “gewoon doorgaan”.

Ook bij Defensiemedewerkers zijn een aantal gevallen bekend van mensen die besmet zijn geraakt met corona. Er zullen ook vast en zeker mensen besmet zijn, of geweest zijn, van wie we het niet weten. Zo is inmiddels bekend geworden dat er militairen uit het buitenland zijn teruggehaald met corona en dat ook een onderzeeër is teruggekeerd van een oefening omdat er bemanningsleden besmet waren met corona.
En dat brengt me weer bij de reden waarom ook personeel van Defensie voor een zeer groot deel thuiswerkt. Als men de maatregelen die het kabinet heeft voorgeschreven naleeft is de kans op besmetting veel kleiner, en dat gaat voor het personeel van Defensie veel beter als men thuiswerkt. En dat draagt er aan bij dat Defensiepersoneel zo veel mogelijk gezonde mensen kan inzetten op het moment dat dit nodig is. Hoe moeilijk dat thuiswerken soms ook is, het is van groot belang dat de ‘corona-maatregelen’ zoveel als mogelijk nageleefd worden

Voor nu: Blijf gezond en maak het verschil als het moment daar is.