2018-11-23_Jan_Kropf_

Voorwoord ACOM Journaal oktober 2021

Velen zijn weer terug van verlof en “alles draait door”. De zomer (als we die al hebben gehad) gaat acuut over in de herfst en elke dag wordt gevolgd door een nieuwe dag.

Aangaande Defensie is er ook niet veel veranderd: elke dag is het weer “another day at the office”, de vraag om inzet of ondersteuning komt en ‘nee’ is geen optie. De medewerkers van Defensie doen dan weer wat ze altijd doen: hun beste beentje voorzetten en het verschil maken. Dat de politiek dan klaarblijkelijk denkt dat Defensie hetzelfde is als water uit de kraan is wel triest. Men denkt immers nog steeds dat Defensie, net als water uit de kraan, er altijd moet zijn als je erom vraagt en dat het bijna gratis moet zijn.

Zo gaf ik het in mijn vorige voorwoord al aan: het “gerucht” ging dat Defensie er structureel € 100 miljoen bij zou krijgen op Prinsjesdag. In de praktijk viel zelfs die druppel op de gloeiende plaat nog kleiner uit, het bleek slechts te gaan om € 90 miljoen voor 2021 en € 95 miljoen structureel vanaf 2022.

Later bleek daar overigens nog een druppel bij te komen van € 300 miljoen. Zo bleek uit een breed gedragen motie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen dat Defensie “maar liefst” 300 miljoen extra werd toebedeeld. Meer dan de eerder toegezegde € 95 miljoen, maar bij lange na niet genoeg. De eerste € 95 miljoen waren gelabeld voor munitie, veteranen en de versterking van de inlichtingendienst. De € 300 miljoen om “de onderhoudsachterstanden te verkleinen”.

Als we dat wegzetten tegen de veel genoemde € 4 miljard om Defensie op orde te brengen (waarmee Defensie ongeveer op het Europese NAVO-gemiddelde zou komen), de ongeveer € 7 miljard structureel per jaar die nodig is om op de overeengekomen 2% BBP te komen of de ca. € 17 miljard die nodig is om uitvoering te geven aan de Defensievisie 2035, is dat nogal een schril contrast.

In deze tijden is elk miljoen er een en is het in ieder geval een heel klein stapje in de goede richting. Daar mogen we dus ook dankbaar voor zijn, maar als de komende regering niet met echt serieuze bedragen over de brug gaat komen zal dat desastreuze gevolgen hebben.

Wat ook nogal vreemd overkomt is dat er bij de extra gelden niet gesproken wordt over de arbeidsvoorwaarden van het zeer betrokken personeel van Defensie. Op veel fronten worden er grotere bedragen genoemd die wel naar personeel kunnen bij andere beroepsgroepen, maar dat halen wij hier niet uit terwijl de salarissen bij Defensie toch echt niet best zijn en er wel sprake is van ca 9.000 (militaire) vacatures.

Hoe demoraliserend is dan ook het artikel van 25 september op RTL-nieuws waarin onder meer een politieagent en een basisschoollerares “klagen” over de hoogte van het inkomen. Die inkomens zijn dan ook “slechts” € 2500 netto voor 5 dagen voor de 'agent' respectievelijk € 2551,29 netto (inclusief reiskosten) voor 4 dagen voor de genoemde basisschoollerares. Als we bezien vanaf welke rang en ervaring militairen (en schalen en tredes voor burgers binnen Defensie) op dit inkomensniveau zitten, is wel duidelijk dat er aan arbeidsvoorwaarden bij Defensie in het algemeen en de salarissen in het bijzonder nog serieus veel verbeterd moet worden.

Of moeten we beter lezen en is de € 300 miljoen voor het verminderen van onderhoudsachterstand aan het loongebouw? U weet wel, dat loongebouw uit 1917 dat al decennia in de steigers staat en waarvan we met Defensie hadden afgesproken dat er op 1 juli 2020 een nieuwe variant zou zijn ingevoerd.

Als dat een mogelijke besteding is biedt dat in ieder geval perspectief op verbeteringen waar het personeel recht op heeft. Maar iets zegt mij dat deze euro’s daar niet aan besteed gaan worden.

Waar dit alles ons zal brengen zal de tijd moeten leren maar het moge duidelijk zijn dat het er allemaal vooralsnog niet rooskleurig uitziet. Laten we ons in die zin dan ook eerst maar eens focussen op het SOD van 14 oktober a.s. waar toch eindelijk duidelijkheid moet komen of er al dan niet een onderhandelaarsresultaat tot stand komt. Uw CAO is immers al “verlopen” sedert 1 januari jl. en daar gaat wat mij betreft weinig respect en waardering van uit. Hoog tijd dus voor een CAO waar wél respect en waardering uit blijkt!

Voorwoord ACOM Journaal september 2021

Mijn vorige voorwoord eindigde ik met het toewensen van een fijn verlof voor degenen die dat aanging en de wens dat men vooral gezond en veilig zou blijven. Op dat moment konden we uiteraard niet verwachten dat de verlofperiode voor velen zo hectisch zou gaan verlopen en dat er veel van Defensie gevraagd zou gaan worden.

Over de noodhulp in het Caribisch gebied hebben we niet al te veel gehoord maar daar kan ook ik vrij kort over zijn: Bravo Zulu. Alle betrokkenen hebben hun beste beentje voorgezet en het verschil gemaakt. Hoewel dat zo hoort en een hoofdtaak van de krijgsmacht is, wil ik in ieder geval daar mijn respect en waardering voor uitspreken.

Ik vind vrede en veiligheid nooit vanzelfsprekend. En dat geldt uiteraard ook voor de inzet van alle betrokkenen rondom de evacuaties van mensen uit Afghanistan. Ik zal mij niet uitlaten over de besluitvorming en de daaraan gerelateerde momenten, maar wil mijn waardering uitspreken voor alle mensen die, direct of indirect, betrokken zijn geweest bij de uitvoering hiervan.

Die waardering en het bijbehorende respect gaan ditmaal verder dan de betrokken militairen en burgermedewerkers van Defensie. Ook vele andere ambtenaren en met name het (opgepluste en aangepaste) ambassadepersoneel hebben onder zeer moeilijke omstandigheden een uitzonderlijke prestatie geleverd.

Maar ook de vele mensen op de achtergrond (en sommigen op de voorgrond) die zich op basis van vrijwilligheid en persoonlijk commitment hebben ingezet, verdienen alle lof. En dan moeten we ook niet vergeten dat de ‘rest van Defensie’ voor een deel ‘just another day at the office’ had. Zoals altijd staat, Defensie nooit stil en er worden vele taken uitgevoerd. Elke dag weer en overal ter wereld.

Zoals ik al zei zijn vrede en veiligheid nooit vanzelfsprekend, maar daar hoort ook bij dat ze nooit gratis kunnen zijn. De laatste maanden bekroop mij toch weer veelvuldig het gevoel dat de politiek meent dat Defensie als water uit de kraan is: het moet er zijn als je erom vraagt en mag eigenlijk niks kosten.

Zo kwam ook het ‘gerucht’ dat er voor Defensie op Prinsjesdag “maar liefst € 100 miljoen” bij zou komen. Wauw! Hoewel het nu nog maar een (vrij concreet) gerucht betreft is het wel tekenend. Defensie moet er zijn als er vraag naar is maar als er “geld te verdelen” is komt Defensie weer op de laatste plaats. Ook in die zin zou het goed zijn als er ook bij de budgetteringen meer respect en waardering zou zijn en komen. In die zin is het dan ook te hopen dat er snel geformeerd gaat worden in Den Haag. Alleen dan kan er immers op de juiste wijze geprioriteerd worden en is er een kans dat Defensie eindelijk stappen kan zetten in de juiste richting. Want laten we eerlijk zijn, € 100 miljoen voor Defensie lijkt veel maar is feitelijk wisselgeld.

Om op het Europees gemiddelde te komen is ca. € 4 miljard nodig. Om op de overeengekomen 2% BBP (in 2024) te komen is ca. € 7 miljard nodig en om de plannen uit de Defensievisie 2035 in te vullen is zelfs structureel € 17 miljard nodig. Allemaal serieus geld, maar het gaat dan ook om serieuze en essentiële zaken.

Als het goed is wordt er tijdens de formatiegesprekken ‘opnieuw’ gesproken over de begroting voor 2022 in het algemeen en Defensie in het bijzonder. Hoewel ‘hoop’ geen militair woord is hoop ik toch oprecht dat er nu dan eens wordt doorgepakt in het formeren. Nederland heeft daar recht op, en Defensie zeker. Net zo goed als Nederland recht heeft op een goed gevulde, goed getrainde en goed geoutilleerde Defensie.