In het eerste nummer van het jaar schreef een collega-columnist in een magazine van een organisatie, die zich voordoet als behartiger van de belangen van werknemers bij Defensie: “Het jaar 2019 is nog geen drie weken oud en ik heb me al vier keer fiks geërgerd aan de negatieve berichtgeving in de media over Defensie”.

Shoot the messenger heet dat volgens mij, en daar waag ik me niet aan. Edoch, ook ik heb me al minstens 4 keer geërgerd, maar dan wel aan Defensie, en wel de zogenaamde ‘toppers’ van die organisatie.

Op 1 
Hoe kunnen de ‘toppers’ ermee instemmen, dat allerlei ‘toys’ per krijgsmachtdeel zo ver uiteenlopen. Of dat nu telefoons of bindingspremies zijn; is er dan geen enkele topper, die de defensieorganisatie een gebalanceerd beleid weet op te leggen?

Op 2
Waarom leveren OPCO-commandanten alleen juichsignalen af, als er weer nieuw materieel in hun organisatie wordt gedropt? Waarom wordt er geen enkele aandacht gegeven aan de personele component van dit soort reorganisaties? Heren Kramer, Luyt, en …. vertel in Uw communicatie ook eens de waarheid, namelijk dat U niet alle schepen, vliegtuigen en voertuigen tegelijkertijd zou kunnen bemensen.

Op 3
De CDS dacht wel een gemakkelijke oplossing te kunnen lanceren voor het personeelstekort: Met dienstplichtigen zou het allemaal gefixt kunnen worden. Ik twijfelde al eerder aan de realiteitszin van deze ‘Bob de Bouwer’, maar dit slaat wel echt alles. Wie zouden dan wel de reddende engelen voor dit door amateurs gerunde bedrijf moeten zijn? Op welk niveau zouden deze ‘helden’ wel beloond kunnen worden? En al diegenen die niet zouden hoeven ‘in te vallen’ zouden rustig door kunnen gaan met leven, loopbaan etcetera? Het ontbreekt er nog maar aan dat door hem gedacht wordt aan het opdiepen van de slavernij uit de geschiedenisboekjes …..

Op 4
De Defensie-hype van Kramer en Bijleveld rond korporaal Anna toen maar weer duidelijk werd, dat een goed resultaat vele vaders/moeders heeft, die een succes kapen. Het verstandelijk niveau van een minister zou haar toch moeten vertellen, dat een truttige foto van een mislukte taart op Twitter weer aan de wortels van haar geloofwaardigheid vreet.