Mexicaanse Hond september 2021

“Is this the end of the American Empire?” Een prangende vraag die insnijdt en schuurt als een kiezel van obsidiaan in de brogues van het Amerikaanse politieke spectrum, – van rechts tot ‘links’, (politieke) opinion leaders en commentatoren.

Betekent de chaotische maar bovenal smadelijke aftocht met de staart tussen de benen van Amerika (lees: het westen) uit Afghanistan, het einde van de Pax Americana, de Pax Democratica? Een retorische vraag, naar wij vrezen!

Wat een diepe, onthutsende schande. Wat een mensonwaardige taferelen op ‘Hamid Karzai Airport’ onder het gewapend toeziend oog van het militair machtigste land ter wereld. Een onderontwikkeld ‘shithole country’, in de woorden van de vorige Amerikaanse president, zou het er niet slechter van af hebben kunnen brengen.

En wij, Nederland, zijn mede verantwoordelijk voor het echec, – zo betoogt, in dit nummer, een opperofficier b.d. die het weten kan als ISAF-commandant die in 2008-2009 actief was in het zuiden van Afghanistan.

In hoge Haagse Defensiekringen heet het: “Een pijnlijke afsluiting van onze inzet in Afghanistan”. Op mijn beurt zeg ik: ‘Smadelijk en de schande voorbij, – een debacle met talloos veel gezichten.’

De ‘kleine generaal’ en haar CDS, lieten in een brief aan militairen en burgerpersoneel weten, ten prooi te zijn gevallen aan een “achtbaan aan emoties” door het onder de voet lopen van de door ons opgeleide, bewapende en geschoeide Afghaanse krijgsmacht (ANA) door de ‘sandalistas’ van de Taliban. Het betreurenswaardige duo voelde “ongeloof, moedeloosheid, maar ook woede en verdriet”.

En zich direct richtend tot onze militairen: “Jullie hebben gevochten en gebouwd, getraind en geadviseerd. Er zijn collega’s gesneuveld en gewond geraakt. Het nieuws over de verovering kan dan ook schokkend zijn voor veteranen en nabestaanden. (-) ‘Hebben we daarvoor gevochten, mensen opgeleid en getraind?’ De een zal volmondig ‘ja’ zeggen, terwijl een ander nog altijd de meerwaarde van zijn of haar missie ziet. Het is dan ook een vraag die ieder voor zichzelf moet beantwoorden.”

Tja, daar wordt de bal ongegeneerd gedeponeerd op het erf van de collega’s die maanden aaneen, dag in dag uit hun eigen leven ervoor over hadden om de Afghanen een meer vredig, veilig leven te laten lijden. Collega’s die dagelijks moesten leven met en onder vijandelijk vuur, verraderlijke ‘geïmproviseerde explosieven’, de eeuwigdurende khak, de grijze stofwolk die over het land hangt en overal doordringt, en nog meer (natuurlijk en in de quala geknutseld) ongerief. En ach, de televisiebeelden, foto’s en artikelen in de krant, social media en andere ongevraagde/ongewenste informatie-opdringers, kunnen oude fysieke en mentale wonden openrijten. In dat geval zoeke men hulp. ‘Zo is ‘t maar net! Of niet soms?!

En daar zit je dan nu op de bank ‘Afghanistan’ buiten je wil om, te herbeleven. Daar sta je dan met je lichamelijke beperking als aandenken aan Kunduz, Uruzgan of andere buitenplaatsen in dat onherbergzame land, op aanraden van de minister en de CDS worstelend met de vraag of je militaire aanwezigheid daar wel zin heeft gehad. Of het al die offers (aan mensenlevens) wel waard is geweest. Wat? Exit strategie? Wie heeft het nu weer over exit strategie? Voor wie? Voor het Afghaanse ondersteunend personeel? Houd toch op!

Maar cynisme en grimmigheid even terzijde geschoven. Ik heb, voor zover het werk het even toeliet, met immer klimmende bewondering, respect en ontzag, gekeken naar de Paralympische Spelen. Stuk voor stuk sportlieden met een ijzeren wil om beperkingen hun leven niet te laten beknotten en kortwieken. Mensen die mogelijkheden en kansen (hebben leren) zien waar anderen ‘paal en perk’ in de mist van hun malheur zien opdoemen.

Uit hetzelfde ‘paralympische’ hout zijn ook de deelnemers aan de Invictus Games gesneden. Ik neem daar diep mijn baret voor af! In deze editie van ACOM Journaal meer over de Invictus Games.