Mexicaanse Hond mei 2021

‘Het westen’, de Pax Democratica, kiest het hazenpad in Afghanistan. Twintig jaar tevergeefs pogen een vrijheidsdeukje te maken in een eeuwenoude door (etnische) stammen- en krijgsherenstrijd doordesemde cultuur van te vuur en te zwaard verdedigde onafhankelijkheid. In totaal 24 Nederlandse militairen lieten daarbij het leven.


Voor wie de culturele (pre-islam) tradities, de reputatie en de geduchte krijgersmentaliteit van de Pashtun (Pathanen) enigszins kent, zat deze ‘onverrichterzake aftocht’ er onvermijdelijk aan te komen. ‘Men brande immers nooit en te nimmer zijn vingers aan Afghanistan!’ Zo ondervonden decennia geleden al Engelsen, Russen en andere ‘koene veroveraars’ op smadelijke, vernederende wijze.


Intussen zijn 80 militairen naar dat land vertrokken, als onder meer protection force voor de 160 Nederlandse collega’s die daar nog even zijn, nog vóór de Kamer daarover een Poolse landdag had kunnen beleggen. Ai! Zieden en fulmineren in de meestal muffige achterafkamertjes van de usual suspects. De “zoveelste schoffering van de Kamer” schuimbekte men bij SP, DENK en zowaar de PvdA.


Een panische angst grijpt je naar de keel als in het geval van het in die kringen zo gewenste ‘Europees leger’, 27 parlementen over zo’n militair besluit moeten palaveren! Overigens, een terecht besluit van de ‘kleine generaal’ die als bestuurder haar verantwoordelijkheid nam en een confrontatie met de Kamer verkoos boven mogelijke lijkzakken.
Op 4 mei mochten wij de oorlogsslachtoffers herdenken en gedenken en op 5 mei vierden wij de vrijheid die zij voor ons hebben veiliggesteld. Met bloed, zweet en tranen uit de klauwen van het kwaad gered en betaald met hun (vaak nog jonge) leven. Die vrijheid, intrinsiek broos en kwetsbaar, kan ons altijd, in de woorden van de dichter, “in een onverhoedse nacht (worden) ontstolen”.
En toch, blijven wij protesteren, jeremiëren en miezemauzen tegen de broodnodige middelen voor onze nachtwakers op de verdedigingsmuren en -wallen van onze vrijheid. Jazeker, militaire oefeningen prima, maar niet bij ons in de achtertuin en zeker niet als per ongeluk het natuurgebied enigszins in het ongerede raakt. Want ‘godsgloeiende’, dan lopen we te hoop tegen ‘het leger’, dat wel te hulp moet schieten als de ‘coronanood’ piekt, dat wel ingezet zou moeten worden tegen rampokkende bendes, dat wel de helikopters op Bevrijdingsdag moet laten wieken zodat artiesten op schema arriveren op de vele festivals (dit coronajaar zelfs één groot festival online vanuit de Chinook-hangars op Gilze-Rijen), om maar eens wat te noemen.


Ondertussen heeft een nieuwe militaire ‘opperadviseur’ van de minister van Defensie zijn opwachting gemaakt. Generaal-helikoptervlieger Onno Eichelsheim nam op 15 april jl. het commando over de strijdkrachten over van luitenant-admiraal Rob Bauer die zijn carrière gaat voortzetten als voorzitter van het Militair Comité van de NAVO.
De eerste Commandant der Strijdkrachten die een gevechtsinsigne draagt zoals de minister memoreerde. Eichelsheim vuurde in zijn maidenspeech als CDS direct al zowel een Hydra als een Hellfire raket af. “De continuïteit van onze krijgsmacht is in gevaar”, waarschuwde hij. En “wij moeten kunnen vertrouwen op een krijgsmacht die het hart van de democratie in leven houdt”. Welaan dan, generaal ga daar maar aanstaan in deze buitengemeen uitzonderlijke tijden waarin de miljarden euro’s uit de kennelijk royaal bemeten knip van Financiën overal heenvliegen behalve naar de krijgsmacht om de plechtig beloofde NAVO-norm (2% BBP) enigszins te kunnen benaderen.


Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de (demissionaire) staatssecretaris van Defensie om, op de valreep, vite, vite over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.