Mexicaanse Hond maart 2022

Last Updated on 4 maart 2022, 12:11 by Paul Klaverstijn

Wij beleven dezer dagen de angstwekkende manifestatie van de wederopstanding van de Sovjet-Unie met oorlog in Europa. Bijna acht decennia vrede in ‘het Avondland’ is welletjes moeten de houwdegens in het Kremlin van mening zijn onder de guidance van Poetins boezemvriend, de rabiaat antiwesterse minister van Defensie Sergej Sjojgoe.

De Amerikanen waarschuwden weken achtereen voor een ophanden zijnde Russische invasie in de Oekraïne. Maar het alarm werd met (grote) scepsis, ja zelfs lacherig, begroet. Ongetwijfeld gevoed door het anti-Amerikaanse sentiment dat, met name in West-Europa, overheerst althans sluimert om bij tijd en wijle virulent de kop op te steken.

Het onmiskenbaar aanwezige pro-Rusland c.q. pro-Poetin sentiment tiert misschien wel het hevigst in Duitsland waar godbetert een vlagofficier het bestond te oreren dat Poetin van ons meer respect verdiende en zijn (geopolitieke) zin zou moeten krijgen.

In het Kerstnummer van dit blad stond op deze plek de volgende ontboezeming:

“Terwijl hij de Baltische staten militair de stuipen op het lijf jaagt, trekt de vierkant bekaakte Autocraat in het Kremlin, Vlad I, (-) een angstaanjagende troepenmacht samen in het oosten van Oekraïne. Volgens Amerikaanse intel mag Kiev begin 2022 een inval verwachten. (-) En het westen staat er handenwringend bij en kijkt ernaar.”

Vlad spiegelt zich graag aan tsarina Catharina de Grote die de oorlog niet schuwde om door ordinair landjepik (o.m. Polen, de Krim, Oekraïne, de Baltische gebieden) het Russische keizerrijk uit te breiden. Poetin is daar in feite al jaren geleden mee begonnen en het westen legde hem nimmer een strobreed in de weg. Zo mocht hij bloedig ingrijpen in Georgië, Tsjetsjenië, de Krim en in Kazachstan. In Syrië mocht hij ongeremd zijn gang gaan met chemische wapens. In stijl en massaslachting conform het optreden van zijn Sovjetvoorgangers in Poznan (Polen), Hongarije (1956), Tsjecho-Slowakije (de Praagse Lente (1968) etc.

Vlad de Grote voelt zich onaantastbaar met dank aan het ‘vredelievende’ (intrinsiek verdeelde) Europa dat nu door het vervaarlijke grommen van de beer en de beangstigende realiteit bijeen hurkt. Europa dat militair, ondanks spoedverhogingen van de defensiebudgetten (in Berlijn zelfs de verbluffende somma van 100 miljard ‘euries’!) niet up to par is in het theater van de Russen.

Zonder Grote Broer Amerika zijn we vooralsnog nergens. Waar we wel bekwaam in zijn is het beleefd op tafel leggen van (vooralsnog krachteloze) sancties tegen een handvol Nomenklatoera.

En, hé verrassend, Duitsland maakt zowaar een historische volte face door (voorgoed?) af te stappen van zijn lang gekoesterde principe geen offensieve wapens te exporteren naar conflictgebieden. “De Russische invasie is een keerpunt. Het is onze taak om Oekraïne te steunen, zodat het zichzelf kan verdedigen tegen Poetins invasieleger”, sprak bondskanselier Olaf Scholz, aangespoord door de bezoekende Poolse premier Moriawecki.

Wij zijn in bange afwachting of en wanneer het ‘Oekraïne-scenario’ wordt losgelaten op het Balticum met zijn vele ‘Volksrussen’. Komen die NAVO-lidstaten straks toch alleen te staan zoals de Oekraïners die de bedrieglijke EU ‘Maidan-beloften’ gretig slikten en daar nu de ultieme prijs voor betalen. Arm Oekraïne aan de beren en wolven overgeleverd.

Geen toegesnelde boots on the ground, (nog?) geen Brigadas Internacionales zoals in de Spaanse Burgeroorlog of andere vrijwilligers, – naar wij dachten. Oekraïne moet zichzelf maar zien te redden. Het zijn andere tijden, – wat u zegt!

Voor die kennis in Odessa, haar familie en moedige landgenoten is dit schitterend trieste chanson van Jacques Brel: ‘Voir un ami pleurer’, ‘hertaald’ door Guus Vleugel.

Natuurlijk wordt alom gestreden

en zwijgt voor velen de muziek (-)

Natuurlijk hebben wij verloren

en wacht de dood ons aan het eind,

met onze schouders ver naar voren

staan wij nog amper overeind.

Natuurlijk zijn we vaak bedrogen

en liggen vogels in het riet,

die voor het laatst hebben gevlogen,

maar een vriend zien huilen kan ik niet.

Worden er steden stukgesmeten

door kinderen van vijftig jaar,

dan wordt het leed weer gauw vergeten

voor nieuw verdriet of nieuw gevaar.

En de stations vol met verdwaalden,

al te ver heen voor elk verdriet,

geen enk’le waarheid die het haalde,

maar een vriend zien huilen kan ik niet.