Mexicaanse Hond februari 2021

In de over ‘Nederland, polderland’ hangende mist, de tijd van het jaar nietwaar, doemen de schimmen op van de verkiezingen voor de ‘legislatuurperiode’ 2021-2025 (onder voorbehoud van voortijdige ‘breuk’).

Als ‘defensiemens’ ben je uiteraard benieuwd naar de ‘Defensieparagrafen’ in de aaneenrijging van platitudes waarmee men de kiezer elke 4 jaar steevast probeert te paaien. Dus je slaat, eigenlijk tegen beter weten in, maar toch, verwachtingsvol aan het lezen. (Naar verluidt heeft de redactie van dit blad zich ook gewaagd aan die exercitie.)

Welnu, de tranen springen je in de ogen bij lezing van zoveel, welhaast beledigend, gebrek aan originaliteit. Men rept geestdriftig over ‘visie’, ‘vergezichten’ en nog meer banaliteiten. Verschaald bier in snel in de spoelbak gedompelde en smoezelig gebleven glazen.

Vergeleken met de programma’s van 4 jaar terug, door het beroeren van de copy paste-toets aan het niets vermoedende papier opgedrongen. (De meer doordachte verhandelingen niet te na gesproken, natuurlijk.)
Partijen c.q. partijtjes die de krijgsmacht in feite willen reduceren tot een soort ‘dad’s army’ maar wel op hoge toon eisen dat de Nederlandse militairen zodra ze n’importe welk missie- c.q. oorlogsgebied betreden, ‘de rechten van het dier’ met alle middelen gaan beschermen. Ik vraag mij toch in alle ernst af in welk universum de ‘Kwetal-breinbazen’ van die clubs verkeren.

Het is dan ook een hele opluchting te mogen vaststellen dat er in Nederland, polderland, nog burgers zijn, bezorgd om de borging van onze (nationale) veiligheid, die de krijgsmacht oprecht een warm hart toedragen! (Zie elders in deze editie van ACOM Journaal).

Juist de capaciteit van Defensie om de soevereiniteit en integriteit van ons grondgebied, te kunnen waarborgen en beschermen, is, – het is algemeen bekend -, de laatste tientallen jaren ernstig ondermijnd tot een potentieel zinkgat (sinkhole).

Hoe triest en verontrustend is dan het gekissebis en de ‘vooral-niet-in-mijn-achtertuin-houding’ als het gaat om de locatie voor het nieuwe radarstation van Defensie. Dat ons luchtruim wordt beschermd door ‘die dingen’ is allemaal prima en tot uw dienst, maar ik pas voor de ongemakken die daarmee gepaard (kunnen) gaan. Zadel ‘die van hiernaast’ maar op met het eventuele ongerief en kosten die mijn vrijheidsverzekering aan premie vergt.

Ja, het beroep van militair oogst in ons land niet (altijd en overal) het respect, de waardering en de dankbaarheid die het verdient. Als zaken logistiek in goede banen geleid moeten worden of pijlsnel civiel veroorzaakte kluwens ontward moeten worden, moet Defensie stantepede aantreden.

Zo meldt de minister 1000 man/vrouw inzet gereed te hebben om gezondheidszorginstellingen uit de corona- en vaccinatiebrand te helpen. In het parlement klinkt luide de roep om ‘het leger’ in te zetten in de strijd tegen plunderaars en andere criminelen. Chop-chop! Vite, vite! Maar wel tegen de ‘all-in’ prijs die de krijgsmacht, de baret eerbiedig in de hand, van Schraalhans toebedeeld krijgt.

Of er straks, na de verkiezingen, nog wat overeind blijft van al die ‘slick & sweet talk’, – die mooie aalgladde praatjes en beloftes in de Defensieparagrafen in de verkiezingsprogramma’s? Ik vrees met groten vreze… U?

Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de staatssecretaris van Defensie om chop-chop over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.