Zoals inmiddels bekend is heeft de CCOOP er op 25 maart jl. voor gekozen om vooralsnog niet meer fysiek deel te nemen aan de vergaderingen van de werkgroep arbeidsvoorwaarden. Wij zullen de standpunten van de CCOOP desnoods schriftelijk aanbieden zodat deze standpunten deel uitmaken van het dossier. Fysiek niet meer deelnemen impliceert dat we niet in persoon aanwezig zullen zijn en vooralsnog betekent dat, dat we dat op elk moment alsnog zouden kunnen doen. De redenen daarvoor hebben wij eerder aangegeven en zullen wij hier niet herhalen. Wel krijgen wij veel vragen aangaande de veel genoemde blog van de directeur werkgeverzaken, en daar gaan wij hier nader op in.

Laten we allereerst nogmaals benadrukken dat de inhoud van de blog, hoe vreemd, suggestief en onjuist dan ook niet de voornaamste reden is. De voornaamste reden is dat er veelvuldig is afgesproken om tijdens het proces van Arbeidsvoorwaardenoverleg niet te communiceren over proces en inhoud. Dit kan en mag alleen als er overeenstemming is over de inhoud van deze communicatie en alle betrokken partijen daarmee hebben ingestemd. Wij werden verrast door deze blog en er was, over zowel moment als inhoud, geen enkele afspraak gemaakt. Omdat wij de vertrouwelijkheid en gemaakte afspraken niet willen schenden kunnen we niet alles uitleggen, maar enkele punten proberen we te verduidelijken.

De volgende cursieve zinnen komen uit de blog, onze uitleg staat erachter. Als er delen niet beschreven zijn betekent dat overigens niet dat wij het daarmee eens zijn.

“Een van de vragen die ik kreeg, is waarom we niet geld dat van de begroting over is, kunnen uitgeven aan arbeidsvoorwaarden. Helaas mogen wij als Defensie niet zelf bepalen hoeveel geld we uittrekken voor arbeidsvoorwaarden. Het kabinet doet dit voor alle overheidswerkgevers (zoals de politie en de zorg) en die ruimte is voor iedereen gelijk.”

Twijfelachtig: deze ruimte is naar onze mening niet altijd voor iedereen gelijk. Er zijn genoeg voorbeelden waarbij extra geld naar bepaalde ministeries gaat die anderen niet krijgen (zoals politie en zorg, maar ook extra geld naar lerarensalarissen).

“Hiervoor hanteert het kabinet rekenmodellen gebaseerd op bijvoorbeeld hoe het in andere sectoren werkt, zoals het bedrijfsleven. Als daar de lonen stijgen met 2,5%, dan mag Defensie die 2,5% investeren in arbeidsvoorwaarden. Dit wordt het referentiemodel genoemd. Zoals gezegd krijgen alle overheidswerkgevers, van politie tot zorg en onderwijs, hetzelfde budget voor arbeidsvoorwaarden.”

Onjuist: hiermee wordt gesuggereerd dat overheidssectoren, dus ook Defensie, een loonruimte krijgen die exact gelijk is aan het gemiddelde van loonstijgingen in andere sectoren. Als dat zo was hadden we geen jarenlange nullijn gehad. In de Defensienota (en daarna veelvuldig elders) aangeven dat het Defensiepersoneel op één staat suggereert immers nogal wat.

“We mogen als Defensie vragen meer geld uit te trekken voor arbeidsvoorwaarden, maar dat moet dan uit onze eigen begroting komen. Dat betekent dat we andere dingen, zoals investeren in materieel, niet of minder kunnen doen. Die keuzes zijn niet altijd even gemakkelijk om te maken.”

Reactie: dat is een keuze, maar staat ook wel haaks op de vorige alinea. Of die keuze bij de bewindsvrouwen ligt of bij het Kabinet is voor het personeel niet zo relevant. Wij overleggen met de werkgever van het Defensiepersoneel. Dit Defensiepersoneel zou op één staan. Nu gaat er heel veel geld naar materiaal en materieel en loopt het vullingspercentage binnen de Krijgsmacht hard terug. Daarnaast verlaten dagelijks ervaren militairen de organisatie waardoor de “gemiddelde ervaring” terugloopt. Als men de keuze blijft maken om te investeren in materiaal en materieel zonder meer te investeren in personeel hebben we in de toekomst state of the art materiaal en materieel maar niemand om ermee te werken,

“Geld uit onze eigen begroting mogen we trouwens ook niet zomaar gebruiken, ook hiervoor moet het kabinet toestemming geven. Extra geld voor arbeidsvoorwaarden betekent namelijk dat Defensie meer krijgt ten opzichte van andere sectoren.”

Reactie: Naar onze mening zou het volledig terecht zijn als Defensie meer geld krijgt dan andere sectoren. Defensie is een unieke sector met unieke omstandigheden. Defensie in het algemeen en de Krijgsmacht in het bijzonder dienen (mede) de veiligheid van Nederland te waarborgen. Defensie gaat door waar anderen stoppen, dat vergt bepaalde capaciteiten en heeft bepaalde effecten die arbeidsvoorwaardelijk gewaardeerd moeten worden.

“Als bekend is hoeveel budget er is voor arbeidsvoorwaarden, gaan we met de vakbonden om tafel. Samen bepalen we waar we het budget aan willen uitgeven.”

Reactie: hier herkennen wij ons in algemene zin niet in. De suggestie wordt gewekt dat Defensie altijd aan het begin van de onderhandelingen bekend maakt hoeveel ruimte er is en dat er vervolgens onderhandeld wordt over de verdeling van die ruimte. Wij kunnen daar echter niet dieper op ingaan omdat ook wij dan zouden schrijven over proces en inhoud van de lopende onderhandelingen. Maar (en nogmaals, dat is in algemene zin) wij laten ons doorgaans niet vooraf vastleggen op een eventueel beschikbaar budget.

“Het overleg over de arbeidsvoorwaarden vindt plaats in het Sector Overleg Defensie, door insiders afgekort als het SOD. Hierin zitten de voorzitters van de vakcentrales, de onderhandelaars namens de vakbonden en vertegenwoordigers van de werkgever Defensie.”

Onjuist: Het Besluit Georganiseerd Overleg Defensie (BGOD) is daarover duidelijk. Elke vakcentrale die deelneemt aan het overleg in de sector Defensie mag twee leden en twee plaatsvervangende leden aanwijzen. In theorie zou dat een voorzitter van een vakcentrale zijn, maar die zit daar dan wel met een “andere pet” op. Ook aangaande onderhandelaars geldt dat men (plaatsvervangende) leden kan aanwijzen die onderhandelaar zijn, die zijn dan echter wel onderhandelaar namens een centrale in deze rol. Feitelijk kan een centrale vertegenwoordigd in de sector Defensie dus benoemen wie zij zelf willen.

De voorzitter van dit overleg is de Hoofddirecteur Personeel van Defensie.”

Onjuist: Ook daar is het BGOD duidelijk over. Het SOD wordt voorgezeten door de Minister van Defensie, (gezien de portefeuilleverdeling door de Staatssecretaris) en alleen indien de te behandelen onderwerpen dat toelaten mag de Minister het voorzitterschap van deze vergadering overdragen aan de Hoofddirecteur Personeel.

“In het SOD vindt de definitieve besluitvorming plaats over een onderhandelingsresultaat. Voordat er aan de SOD-tafel over een onderhandelingsresultaat arbeidsvoorwaarden wordt gesproken, hebben de onderhandelaars namens Defensie en de vakbonden al vaak met elkaar om tafel gezeten. Dat doen ze in de werkgroep arbeidsvoorwaarden. Deze gesprekken kunnen soms lang duren, omdat er over veel verschillende onderwerpen overeenstemming moet worden bereikt. Die gesprekken zijn nu ook bezig.”

Reactie: Dit gaat voor een groot deel over proces en inhoud, daar zullen wij dus niet nader op ingaan. Wel is evident dat in het (eerder genoemde) BGOD is aangegeven dat indien het gewenst is om voorbereidende gesprekken te voeren voorafgaande aan het SOD die voorbereidingen (of uitwerkingen) gedaan worden in werkgroepen. Dat is dus vaak gebruikelijk maar zeker geen eis. De daadwerkelijke besluitvorming vindt plaats in het SOD.

“En er is geen deadline, maar alle partijen zien de noodzaak om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen waarbij zorgvuldigheid boven snelheid gaat.”

Reactie: Wij bepalen onze eigen deadline en het is zeker niet aan een ander om aan te geven of er al dan niet een deadline is. Als daar al over gesproken is kan het zeker niet openbaar gemaakt worden zonder dat daar overeenstemming over is. En wij hebben zeker niet ingestemd met deze communicatie.

“ Zodra er een onderhandelingsresultaat is, gaan zowel de vakbonden als Defensie het land in om dit toe te lichten.”

Reactie: Centrales/vakbonden bepalen zelf of en hoe zij de leden gaan raadplegen. Dat is niet aan de werkgever. Zo is het ook niet aan vakbonden/centrales of Defensie al dan niet het land ingaan.

“We doen daarbij ons best om uit te leggen hoe de arbeidsvoorwaarden tot stand zijn gekomen, welke keuzes zijn gemaakt en wat dit voor u betekent.”

Reactie: doorgaans worden keuzes niet uitgelegd maar wordt het totale resultaat uitgelegd. Deze tekst suggereert dat verslag wordt gedaan over alle gemaakt keuzes. Ook die zaken die besproken zijn maar uiteindelijk niet in het resultaat zijn gekomen. Dit bevordert de uitleg niet en kan voor verwarring zorgen. Soms worden onderwerpen ook ‘geparkeerd’ tot een volgende onderhandelingsfase.

“Deze periode heet ook wel de periode van achterbanraadpleging. U krijgt dan de kans te zeggen wat u vindt van het resultaat dat er ligt. En dat resultaat is pas definitief als de meerderheid van de achterban van de vakbonden er mee heeft ingestemd.”

Onjuist: Ook hierover is het BGOD helder. Elke centrale die deelneemt in het sectoroverleg Defensie heeft één gelijkwaardige stem. Bij elke centrale zijn meerdere vakbonden aangesloten. Als drie of vier centrales instemmen wordt het resultaat een akkoord, als twee centrales voor- en twee centrales tegenstemmen beslist de Staatssecretaris. Het kan dus zo zijn dat de meerderheid van de leden van alle bonden tezamen voor het resultaat is terwijl het toch wordt afgewezen of omgekeerd.

“Als werkgever willen we ook graag uw mening over het resultaat weten. We zijn nu manieren aan het bedenken op welke wijze we dit kunnen organiseren. Ik hoor ook graag uw ideeën hierover. Iedereen moet immers de kans krijgen om zijn stem te laten horen.”

Reactie: dit suggereert dat ook de werkgever een soort stemming wil gaan houden. Er staat immers dat men uw “stem” wil horen. Als de werkgever wil weten hoe u erover denkt is dat uiteraard prima. Maar dat kan ook op andere manieren. Gezien de eerdere discussies over het “Jumbo-model” een vreemde woordkeuze. Toeval?

U mag hier zelf een mening over vormen, dat spreekt voor zich.