Wet op Defensie Gereedheid: advies RvS openbaar
Op 12 december 2025 heeft de (toenmalige) ministerraad besloten de Wet op de defensiegereedheid (WODG), die volgens Defensie de regeldruk zou moeten verminderen, voor advies naar de afdeling advisering van de Raad van State (RvS) gestuurd. De WODG zou, zo stelde Defensie, de krijgsmacht in staat moeten stellen om sneller en flexibeler te opereren. Op zich al een vreemde redenatie aangezien de WODG niet alleen invloed zou hebben op de krijgsmacht maar op ál het personeel van Defensie. Defensie stelde vervolgens dan ook terecht dat de WODG van cruciaal belang was/is voor de gereedheid van Defensie. Bij het openbaar maken dat de WODG aan de RvS voor advies aangeboden was gaf Defensie onomwonden aan dat na het advies behandeling zou volgen in de Tweede en Eerste Kamer.
De RvS heeft recentelijk haar advies openbaar gemaakt over de WODG. De RvS begrijpt de noodzaak om op korte termijn wettelijke belemmeringen voor de gereedstelling van de krijgsmacht weg te nemen. De RvS volgt de regering dan ook in de gekozen benadering, maar is (naar onze mening terecht) uitermate kritisch over de juridische grondslag van de WODG en adviseert daarnaast om enkele onderdelen van het wetsvoorstel aan te passen. Daarnaast geeft men aan dat de effectiviteit van het wetsvoorstel in belangrijke mate zal afhangen van het versterken van het draagvlak in de samenleving.
Voor de ACOM was een van de grootste zorgpunten altijd de zogenaamde “vangnetbepaling” waarmee de Minister van Defensie eigenstandig “tijdelijk” van bepaalde wetgeving zou mogen afwijken waaronder de Wet Ambtenaren Defensie. De RvS geeft aan dat ze het dienaangaande met de regering eens is dat in dit geval geen sprake is van buitengewone omstandigheden waardoor het staatsnoodrecht zou moeten worden toegepast. De gereedstelling van de krijgsmacht is immers een permanent en regulier proces, en geen tijdelijke, uitzonderlijke situatie. Daarom vindt de RvS de vangnetbepaling te verstrekkend en adviseert zij deze te schrappen. Verder adviseert zij de wijziging van de Wet ambtenaren Defensie nader te bezien. Naar onze mening een meer dat terecht advies. Op de voorgestelde wijze zou er immers een situatie kunnen ontstaan dat de Minister van Defensie zelfstandig kan besluiten een aanzienlijk aantal wetten, waaronder de Wet Ambtenaren Defensie, (in meerdere stappen zelfs permanent) uit te schakelen indien de gereedstelling van Defensie in het geding komt. En dat laatste, het in geding komen dan wel zijn van de gereedstelling van Defensie, is al decennia lang zo gezien de grote tekorten. De Rvs stelt dienaangaande dat een nadere motivering van de noodzaak voor de specifieke, hier voorgestelde afwijkingsbevoegdheid, gemist wordt. Maar ook dat in de toelichting een uiteenzetting van gevallen en omstandigheden ontbreekt waarin van de voorgestelde bevoegdheid gebruik gemaakt kan worden. Een dergelijke motivering is, zo stelt de RvS, temeer van belang nu de voorgestelde bevoegdheid afwijkingen mogelijk maakt van veel verschillende arbeidsrechtelijke en rechtspositionele regelingen die zien op bijvoorbeeld aanstelling en ontslag, diensttijden, verlof en medezeggenschap en overleg met vakorganisaties van overheidspersoneel. De RvS stelt dan ook dat, gelet op de mogelijk ingrijpende gevolgen voor ambtenaren van defensie in het geval gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid en het bredere draagvlak dat daarvoor met het oog op de uitvoering noodzakelijk zal zijn, een dergelijke motivering niet mag ontbreken.
Maar ook de eenvoudige redenatie dat de WODG Defensie meer ruimte zou geven voor het anders toepassen van milieuregels en procedures (waaronder de stikstofdepositie) werd uiterst kritisch benoemd. Volgens de RvS biedt de Habitatrichtlijn hiervoor geen ruimte. Die Habitatrichtlijn schrijft voor dat voor elk plan of project dat mogelijk gevolgen heeft voor een natuurgebied, een passende beoordeling moet worden gemaakt. Het simpelweg buiten beschouwing laten van de stikstofdepositie wanneer die veroorzaakt wordt door vliegbewegingen die samenhangen met gereedstellingsactiviteiten is toch echt wat anders. Zeker als men in beschouwing neemt dat elke vliegbeweging die Defensie uitvoert een koppeling heeft met gereedstellingsactiviteiten.
Daarnaast adviseert de RvS het huidige kabinet het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad te bespreken voordat e.e.a. aan de Tweede Kamer wordt aangeboden aangezien de WODG zo veel beleidsterreinen raakt, dat een bredere politieke afstemming nodig is en meerdere bewindspersonen medeondertekenaar moeten worden van de eventuele wet.
Voor de ter advisering aan de RvS aangeboden WODG klik hier.
Voor de toelichting bij de ter advisering aan de RvS aangeboden WODG klik hier.