In het AV-akkoord 2017-2018 stonden, net als in vele andere AV-akkoorden, vele zaken beschreven die op een moment in de toekomst gerealiseerd dien(d)en te worden. Soms zijn die zaken concreet qua inhoud en/of ingangsdatum en soms zijn die zaken minder concreet.

Een van die zaken heeft betrekking op de inrichting van een nieuwe, uniforme employabilityorganisatie. Deze organisatie zou het recht van scholing ten behoeve van talentontwikkeling en de ondersteuning naar werk buiten de Defensieorganisatie voor burgers en militairen moeten gaan garanderen en zou de middelen en expertise krijgen om, in nauwe samenwerking met de medewerker, de door- en uitstroom wensen en mogelijkheden te ondersteunen. De focus daarbij zou dan liggen op het uitbouwen van de talenten voor een loopbaan binnen of op termijn buiten Defensie door ervoor te zorgen dat de medewerkers zo zouden worden toegerust dat de kansen op een verbeterde carrière en baan maximaal (vergroot) zouden worden. Daarnaast zou deze employability-organisatie het mandaat krijgen om dienaangaande rechtspositioneel verbindende afspraken te maken.

Wat de ACOM betreft was (en is) dat noodzakelijk en in het belang van Defensie in het algemeen en het personeel in het bijzonder. Voor alle Defensiemedewerkers een gelijke c.q. vergelijkbare kans om te investeren in zichzelf. Door te investeren in talentontwikkeling wordt het personeel beter geschoold en inzetbaar, zowel binnen als buiten Defensie.

Samengevat brengt dit ons tot het volgende: Om zeker te stellen dat er bij de verschillende Defensieonderdelen voor al het personeel op dezelfde wijze wordt omgegaan met de belangen van de medewerkers (burgers én militairen) zou er één employability-organisatie komen. Elke Defensiemedewerker, zowel de militair als de burgermedewerker is immers in dienst van hetzelfde ministerie van Defensie, en niet zoals vroeger van een Defensieonderdeel. Die organisatie moet ook, zoals afgesproken, het mandaat hebben om daadwerkelijk (rechtspositioneel verbindende) afspraken te maken. Uniform en Defensiebreed. Gelijke rechten en plichten voor alle medewerkers ongeacht “het kleur pak”.

Defensie heeft telkenmale het uiterste gedaan om te voorkomen uitvoering te hoeven geven aan deze afspraak. Een afspraak waar toch echt ook een handtekening onder staat van de Staatssecretaris van Defensie.

De bonden hebben langdurig en veelvuldig aangegeven dat deze afspraak ingevuld moet worden, niet in de laatste plaats omdat we er nog wekelijks mee geconfronteerd worden dat (met name) de verschillende OPCO’s op allerlei verschillende manieren kansen bieden (of juist niet) aan het bij het desbetreffende OPCO werkzame personeel.

Uiteindelijk is er het afgelopen jaar veelvuldig gesproken over “het beleidsvoornemen employability-organisatie” en zijn vele gesprekken en vergaderingen aan dit onderwerp gewijd. Ook een handvol vergaderingen van het Sector Overleg Defensie (SOD), de hoogste en belangrijkste vergadering tussen de sociale partners in de sector Defensie. Na verschillende vergaderingen werden er op 5 februari afspraken gemaakt over een aantal punten die gewijzigd zouden moeten worden in het aangeboden beleidsvoornemen employability-organisatie. Die afspraken waren zeer concreet en zouden middels een piepbrief worden aangeboden voor vrijdag 7 februari 17.00 uur. De centrales (bonden) konden dan nog even controleren of er daadwerkelijk was opgenomen wat was afgesproken.

Dat kunnen we kort samenvatten. Dat was niet gebeurd op een drietal punten. Die punten kunt u nalezen in de brief die namens alle centrales in de sector Defensie is verstuurd en waarin gevraagd werd om een extra vergadering van het SOD.

Deze extra vergadering werd gehouden op 5 maart jl. en ook daarin weigerde de voorzitter (de Hoofddirecteur Personeel namens de Staatssecretaris van Defensie) stelselmatig om de gemaakte afspraak daadwerkelijk na te komen terwijl het verslag, waar deze afspraken duidelijk in stonden beschreven, zojuist was vastgesteld.

Volgens de voorzitter kan Defensie deze afspraak niet maken omdat dit zou gaan over het “hoe” van de reorganisatie en dat zou voorbehouden zijn aan de medezeggenschap. Wij zijn het helemaal eens met de voorzitter dat het “hoe” van een reorganisatie is voorbehouden aan de medezeggenschap, maar dat geldt niet als het om algemene en personele aspecten gaat. Daarnaast zijn wij in deze van mening dat het gaat om het “wat”. De sociale partners hebben immers een afspraak gemaakt over het inrichten van één uniforme Defensiebrede employabilityorganisatie en derhalve valt het daarna onder de ministeriële bevoegdheid en is het een randvoorwaarde.

Dat betekent overigens niet dat dit in beton gegoten is vanaf het moment dat het in een beleidsvoornemen staat. Als de projectleider en de betrokken medezeggenschap van mening zijn dat er goede (en beargumenteerde) redenen zijn waarom dit niet zou kunnen of beter anders zou kunnen dan kunnen ze teruggaan naar de opdrachtgever en vragen om een aanpassing van (of amendement op) het beleidsvoornemen. Wij zijn dan altijd bereid om samen met de sociale partners samen te kijken of er valide argumenten zijn om een nieuwe afspraak te maken. Maar dan wel samen!

Hoe nu verder?

In de vergadering van het SOD op 6 maart jl. is overeengekomen dat er door alle partijen om een arbitrage-uitspraak gevraagd wordt van de advies- en arbitrage commissie (AAC). Wij zijn vol vertrouwen dat deze commissie aan zal geven dat Defensie de gemaakte afspraken dient na te komen. Maar dat is wellicht het minst belangrijke van de uitkomst. Belangrijk is dat we nu op een punt zijn aangekomen dat we ons moeten afvragen of er met deze Staatssecretaris nog wel afspraken te maken zijn. We zijn eerder al naar de rechter geweest om te bezien wat er nu precies op papier stond aangaande afspraken en nu moeten we een beroep doen op de AAC.

Conclusie

Zou het niet zo moeten zijn dat we samen afspraken nakomen (of samen nieuwe maken als we daar redenen toe zien) en stappen zetten voor Defensie in het algemeen en het Defensiepersoneel in het bijzonder? Nu verspillen we kostbare tijd die we juist zouden moeten gebruiken om die stappen daadwerkelijk te zetten, terwijl we ons nu oprecht de volgende vraag moeten stellen:

Als Defensie afspraken niet na wil komen die gemaakt zijn in een AV-akkoord of in het SOD hoe zal het dan gaan met de overige afspraken, zoals het nieuwe loongebouw voor militairen per 1 juli 2020, het nieuwe personeelssysteem per 1 oktober 2020 en “last but not least”, het huidige AV-akkoord loopt ook maar tot januari 2021?

Hoe kunnen de ACOM en de medewerkers van Defensie er dan op vertrouwen dat Defensie deze afspraken dan wél nakomt. Wat is dan het nut om nog afspraken te maken met deze werkgever. Het kost tijd en energie om daartoe te komen en vervolgens tijd en energie om te proberen afspraken na te laten komen. Daar zitten wij niet op te wachten, en de medewerkers van Defensie ook niet lijkt ons zo.

Het personeel van Defensie moet er, net als de ACOM, op kunnen vertrouwen dat afspraken worden nagekomen!

Wordt vervolgd!