Het “begrip stafadjudanten” staat al sedert de invoering ervan ter discussie en over nut, noodzaak en de personele aspecten zijn uiteindelijk nooit afspraken gemaakt. Het onderwerp is, nadat het regelmatig op de agenda van diverse werkgroep vergaderingen en op de actiepuntenlijst van de werkgroep Algemeen Personeelsbeleid heeft gestaan, op 15 december 2015 overgeheveld naar de zogenaamde voorraadagenda. Overigens gebeurde dit pas nadat de voorzitter van die vergadering toe had gezegd toe dat het fenomeen stafadjudanten in 2016 een keer zou worden geagendeerd.


Het onderwerp is door Defensie nimmer geagendeerd en kwam pas weer op de agenda naar aanleiding van een brief vanuit de zijde van de vakbonden. Op 18 november 2018 is er door de gezamenlijke centrales (SCO, vakbonden) een brief gestuurd om het onderwerp te agenderen omdat wij een nota hadden gezien waarin de Commandant der Strijdkrachten aangaf dat de Defensie-onderdeels-adjudanten en de Krijgsmacht-adjudant (met een bepaalde mate van terugwerkende kracht) het salaris van een Majoor zouden moeten ontvangen. Dit was voor de SCO onbestaanbaar en er zouden dan ook eerst afspraken gemaakt moeten worden aan de overlegtafel.


Deze brief en de bijbehorende nota zijn vervolgens besproken in de eerstvolgende vergadering van het Sector Overleg Defensie. Deze vergadering werd voorgezeten door de Staatssecretaris van Defensie. In deze vergadering werd aangaande dit onderwerp door de Hoofddirecteur Personeel, dus namens de voorzitter, de Staatssecretaris van Defensie, het volgende aangegeven: “stelt in reactie dat er al enige tijd geleden met hem over de brief van de CDS is gesproken. In de brief wordt aangegeven dat er afstemming plaatsvindt met de HDP en onderdeel daarvan is de afspraak dat er niets met de brief wordt gedaan totdat de werkgever met de centrales heeft gesproken.”

Begin dit jaar kwamen er geruchten dat er toch weer stappen werden gezet om de beloning dan wel salariëring van voornoemde functionarissen op te trekken en ook de landelijke pers en de Tweede Kamer had daar (terecht) de nodige aandacht voor. Overigens werd daarbij gesuggereerd dat er sprake zou zijn van het toekennen van een bindingspremie, hetgeen uiteraard een zeer vreemde constructie zou zijn. Het gaat hier immers niet om een groep waarbij de vrijwillige uitstroom voor de UGM-leeftijd onhoudbaar is.


Omdat de geruchten voortduurden en er op geen enkele wijze transparantie kwam zagen wij ons genoodzaakt om op 30 juli jl. een WOB-verzoek aan Defensie te richten om eindelijk duidelijkheid te krijgen. Op dit WOB-verzoek werd niet binnen de gestelde termijn gereageerd en ook op vragen aangaande de stand van zaken kwam geen (inhoudelijke) reactie. Een ingebrekestelling volgde op 2 september, maar ook dat noopte Defensie niet om de gevraagde informatie te delen en een gang naar de Rechtbank was dan ook noodzakelijk. De Rechtbank zag in onze aanvraag overigens genoeg aanleiding om deze kwestie versneld te behandelen omdat het spoedeisend is.


Inmiddels hebben wij, op 30 september, het antwoord op het WOB-verzoek ontvangen waarbij Defensie overigens gemeend heeft niet alle gevraagde informatie te delen. Wel is duidelijk geworden dat de Defensietop, tegen alle afspraken (en naar onze mening de regelgeving) in de beloning van deze groep alsnog (met soms een aanzienlijke terugwerkende kracht) heeft doorgevoerd.


Wat ons betreft had er al jaren geleden tussen Defensie en de SCO over dit onderwerp gesproken moeten worden en zou de basis moeten zijn dat er, net als voor alle andere functies, een goede functiebeschrijving dient te zijn of komen en dat deze gewaardeerd dient te worden. Als de uitkomst dan is dat de functiezwaarte een officierssalaris rechtvaardigt terwijl het evident is dat voor deze functionarissen een Adjudantsrang voor de hand ligt was wat ons betreft de oplossing er snel geweest. Door nu juist de thans gebruikte route te kiezen heeft de top van Defensie een zweem van “achterkamertjespolitiek” opgewekt die de discussie over een nette en structurele oplossing niet makkelijker maakt maar heeft ook het aanzien van het begrip Stafadjudanten wellicht juist op een negatieve manier in de spotlights gebracht.


Dat roept in ieder geval de vraag op hoe het kan dat de Defensietop meent zo makkelijk afspraken en regelgeving te kunnen negeren en of dat wel in lijn is met de gedragscode Defensie. Wellicht zijn er zelfs wel tuchtrechtelijke of strafrechtelijke issues.


Wij zullen ons in ieder geval beraden over de eventuele volgende stappen in dit dossier, waarbij wij op voorhand niets uitsluiten.

Ook wensen wij te benadrukken dat het ons in deze niet gaat om de functionarissen die deze functies bekleden. Wij sluiten ook niet uit dat, indien het reguliere proces gevolgd zou zijn of worden, de uitkomst niet zou kunnen zijn dat aan deze functies de salariëring van Majoor gekoppeld dient te worden. Maar dat is wel precies waar het om gaat, het moet zuiver en transparant zijn. Tot slot beogen wij zeker niet dat deze (verkeerde) keuze teruggedraaid dient te worden. Ook deze betrokken militairen betrokkenen dienen er immers op te moeten kunnen vertrouwen dat toezeggingen van de werkgever waargemaakt worden.

Lees hier de genoemde documenten: