KMar hanteert zonder overleg andere uitleg rechtspositie dienstreizen

Last Updated on 4 februari 2022, 12:31 by Paul Klaverstijn

De Koninklijke Marechaussee (KMar) hanteert sinds 17 januari jl. bij de beoordeling van dienstreisdeclaraties een van de algemene praktijk afwijkende interpretatie van het Besluit Dienstreizen Defensie (BDD). De ACOM en haar zusterorganisaties VBM, AFMP/MARVER (3 SCO) ontvingen daarover recent signalen van leden.


Afwijkende uitleg Besluit Dienstreizen

Deze afwijkende uitleg van het BDD is een gevolg van een onderzoek, uitgevoerd door het Dienstencentrum Human Resources (DC HR), naar aanleiding van het declaratiegedrag van medewerkers bij de Brigade Noord-Holland.

Analyse REPOS

De resultaten van dit onderzoek waren vervolgens voor de afdeling Bijzondere Rechtspositie (REPOS) aanleiding om een analyse te maken van de dienstreizen die door de KMar-medewerkers werden gedeclareerd. De uitkomsten van die analyse zouden aan de basis liggen van de gewijzigde uitleg van de regelgeving alsmede tot een aanwijzing namens de commandant KMar (C-KMar) om diverse dienstreisdeclaraties niet langer goed te keuren en uit te betalen.

In die analyse werd onder meer verwezen naar een uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep in een zaak die gaat over de rechtspositie van de Politie. Een rechtspositie die evenwel op geen enkele wijze is te vergelijken met de rechtspositie van het defensiepersoneel. Men wees daarnaast op een nota reizende dienstverrichting van de HDP uit 2008. Deze nota is de 3 SCO (de ACOM en haar zusterorganisaties) niet bekend. Het begrip ‘reizende dienstverrichting’ komt bovendien niet voor in de rechtspositie bij Defensie. Bij de vraag of er al dan niet sprake is van een dienstreis speelt dit dan ook geen rol verder.

Opvallend is de kennelijke conclusie in de analyse dat als defensiepersoneel krachtens de plaatsingsbeschikking geplaatst is op een plaats van tewerkstelling (PvT), andere locaties waar werkzaamheden worden verricht van het organisatiedeel van betrokkenen, automatisch de status van PvT krijgen voor het aldaar geplaatste personeel. Dit is, in de opvatting van de 3 SCO, een onjuiste interpretatie van de regelgeving.

Aanwijzing CKMAR

De door REPOS opgestelde analyse leidde dus, zoals gezegd, tot een andere uitleg van de regelgeving en een aanwijzing van C-KMAR om verschillende dienstreizen niet meer te laten goedkeuren en uitbetalen. Over de gewijzigde uitleg en toepassing van de bestaande regelgeving is op geen enkele wijze overleg gevoerd tussen Defensie en de sociale partners. Ook de medezeggenschap bij KMar is hierin niet gekend terwijl dit wel overleg-plichtige zaken zijn die overeenstemming vergen van sociale partners. Inmiddels is gebleken dat diverse dienstreizen gemaakt door KMar-personeel niet zijn goedgekeurd noch uitbetaald.

Gezamenlijke brief 3 SCO

De ACOM (CCOOP), VBM (AC) en de AFMP/MARVER (ACOP) hebben naar aanleiding van deze signalen een gezamenlijke brief gestuurd aan de voorzitter van de Werkgroep Algemene en Financiële Rechtspositie (WG AFR) met de oproep per direct in te grijpen en de ‘oude’, van voor 17 januari gehanteerde werkwijze binnen de KMAR te herstellen. De vakbonden hebben in de brief aangegeven binnen 14 dagen schriftelijk een terugkoppeling te willen ontvangen van de getroffen maatregelen.

Declaraties blijven indienen

Vooralsnog raden wij u aan om op dezelfde wijze als voorheen uw dienstreisdeclaraties in te blijven dienen. Indien een door u een ingediende declaratie inmiddels is of wordt afgewezen dan verzoeken wij u om ons hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan via de link onder dit bericht of via info@acom.nl.

Wij zullen u de komende tijd via onze website en via het ACOM Journaal op de hoogte houden van de ontwikkelingen.