Op 9 april 1945 wordt, kort voor de capitulatie van Nazi-Duitsland, in het Beierse (krijgs)gevangenenkamp Flossenbürg, de 39-jarige Lutherse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer door ophanging om het leven gebracht. Deze executie, die plaats heeft op persoonlijk bevel van de Führer, is de onvermijdelijke consequentie van Bonhoeffer’s verzetsactiviteiten tegen het nationaalsocialistische regiem en zijn persoonlijke betrokkenheid bij de (mislukte) aanslag op Hitlers leven van 20 juli 1944, waarbij onder anderen graaf Von Stauffenberg betrokken was.

Vanaf april 2019 tot en met april 2020 wordt in ons land, en in het bijzonder in veel kerkelijke kringen, uitvoerig aandacht besteed aan het korte, maar sprekende leven van deze briljante theoloog. Bonhoeffer was een uitzonderlijk helder denker, die al op zijn 21e jaar promoveerde en in de jaren van de opkomst van het nazisme met tomeloze energie werkte aan een mentaliteitsverandering binnen de Duitse kerken, die in de jaren van Hitlers opkomst in belangrijke mate kritiekloos instemde met alle ontwikkelingen. Van Bonhoeffer is bijvoorbeeld de scherpe uitspraak: “Alleen wie het uitschreeuwt voor de joden, mag gregoriaans zingen!”.

Roeping

In 1939 nog, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, reisde hij naar New York in verband met de presentatie van de Engelse vertaling van een van zijn beroemdste boeken, “Navolging”. Hem wachtte een glanzende carrière in de Verenigde Staten, waar men hem heel graag als docent had willen benoemen aan een van de theologische faculteiten. Bonhoeffer besloot echter, tegen alle gezond verstand en goede raad in, terug te keren naar zijn vaderland. Daar lag zijn roeping, was zijn stellige overtuiging, zelfs al besefte hij toen al terdege dat die keuze levensbedreigend voor hemzelf zou kunnen uitpakken. Navolging van Christus, zo wist hij, kan navolging op de kruisweg impliceren.


Niet vanzelfsprekend

Dat Dietrich Bonhoeffer betrokken zou raken bij daadwerkelijk actief verzet jegens de wettelijk gekozen nationaalsocialistische regering lag allerminst voor de hand. In de Evangelisch-Lutherse kerk van zijn dagen was principiële gehoorzaamheid aan “wie boven ons gesteld zijn” (waaronder de overheid) al eeuwenlang vertrouwd gedachtengoed. Actief verzet was daarom in wezen verzet tegen de instellingen van God zelf. Het was dus voor Bonhoeffer, en voor anderen met hem, zeker geen kleine stap om zich tegen de overheid te keren. Een nog grotere stap was het voor hem, zich in te laten met gewapend verzet. Bonhoeffer was lange jaren overtuigd pacifist, al veranderde dat wel na het lezen van het boek “Van het westelijk front geen nieuws” van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. Toch was het voor hem een enorme stap, betrokken te raken bij een complot om Hitler van het leven te beroven. Het Bijbelse gebod “Gij zult niet moorden”, een van de bekende Tien, kent geen uitzonderingsclausule en een bewust geplande aanslag op iemands leven kan juridisch niet anders dan als moord worden aangeduid. Wie een mens vermoordt, overschrijdt door God gestelde grenzen. Bonhoeffer deinsde daar voor terug, maar ging toch de uitdaging die hem gesteld werd, niet uit de weg. De aanslagplegers worstelden met dezelfde gewetensnood en hadden behoefte aan een “zegen”, aan iemand die hun daad van een moreel-ethische basis kon voorzien. Iemand als Bonhoeffer, predikant, dienaar van het Evangelie, een geestelijke, was in hun ogen daartoe de aangewezen persoon. Bonhoeffer heeft daar intensief mee geworsteld en kwam uiteindelijk tot de conclusie dat niets doen een grotere zonde zou zijn dan actief optreden tegen Hitler. Met daarbij de overweging dat moord op Hitler niettemin een aperte zonde was en bleef. Maar vuile handen maken was onvermijdelijk en door passief te blijven, kleefde het bloed van nog ontelbare toekomstige slachtoffers aan zijn handen en die van de anderen in het complot. Het kleinere kwaad van de dood van één man woog op tegen het grotere kwaad dat door deze man werd gedaan en veroorzaakt. Maar kwaad blijft kwaad.

Ik ben sterk van mening dat heel veel militairen, die ethisch nadenken over hun beroep, veel zullen herkennen in deze overwegingen.


Gevangenschap en executie

De aanslag mislukte. Dietrich Bonhoeffer was een van degenen die gearresteerd werden en hoewel aanvankelijk de bewijzen voor zijn betrokkenheid nog niet helder waren, veranderde dat toen de Gestapo de dagboekaantekeningen van een van de anderen in het complot, Bonhoeffers zwager Hans von Dohnanyi, vond. Gedurende het jaar van zijn gevangenschap schreef Bonhoeffer talrijke essays, brieven, gedichten en gebeden, die tot op de dag van vandaag een rijke bron van inspiratie en bezinning voor talloze mensen vormen. Na de oorlog zijn al deze artikelen gebundeld in het boek “Verzet en Overgave”, na de Bijbel een van de meest verkochte boeken ter wereld.

Bonhoeffer hield kort voor zijn executie nog een soort Paaspreek voor enkele van zijn medegevangenen, Engelsen, Duitsers, een Rus, in kamp Schönberg, waar hij tot kort voor zijn executie in Flossenbürg verbleef. De terechtstelling vond plaats op de 9e april, op het moment van zonsopgang. “Aan de voeten van het schavot knielde Dietrich en met zijn vinger trok hij in de platgetrapte aarde het teken van, het kruis. Tien jaren na de terechtstelling schreef de kamparts, die getuige was van deze gebeurtenissen: “Tijdens de morgen van de betreffende dag, om ongeveer 5 of 6 uur, werden de gevangenen (…) uit hun cellen gehaald en werd hun het vonnis voorgelezen van de krijgsraad. Door de half geopende deur van een kamer in de barak zag ik dat, voor hij de gevangeniskleding moest uittrekken, Bonhoeffer neerknielde voor een innig gebed tot God… Ook op de plaats van de terechtstelling bad hij nog kort en besteeg toen moedig en beheerst de trap naar de galg. De dood volgde na enkele seconden. Ik heb in mijn 50-jarige praktijk als arts zelden iemand zo vol overgave aan God zien sterven.”

Henk Fonteyn
Krijgsmachtpredikant b.d.