Afgelopen week bereikten ons signalen dat er ruim een week terug, in het weekend van 8 tot en met 10 mei, een incident zou zijn geweest aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman. Volgens verschillende berichten betrof dit een incident aangaande (vermeend) seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vanaf donderdag 14 mei werd hier aandacht aan besteed in meerdere landelijke media, waaronder de Telegraaf.

In één van die artikelen werd aangegeven dat de Minister van Defensie zou hebben aangegeven dat dit incident adequaat zou zijn opgepakt, dat de betrokken marine-officier, waar op dat moment al meerdere aangiften dan wel meldingen tegen zouden zijn gedaan, aan boord van de Zr.Ms. Karel Doorman kon blijven. Dat zou dan mogelijk geweest zijn omdat de situatie werkbaar zou zijn en omdat de officier tegen wie aangifte werd gedaan van essentieel belang was voor de voortgang van de missie.

Overigens is het daarbij opvallend dat de betrokken officier, volgens de media, op woensdag (dus voor de aangehaalde uitspraken van de Minister) al op eigen verzoek van boord zou zijn gegaan.

Uiteraard bereikten ons ook allerlei signalen aangaande deze situatie. En op dat moment was dat reden voor de voorzitter van de ACOM om te reageren op de situatie, initieel middels Twitter. De ACOM was (en is) van mening dat het goed is om te constateren dat het incident gemeld is en dat dit ervoor heeft gezorgd dat Marechaussees aan boord zijn gekomen.

Wat ons betreft had de betrokken officier echter direct van boord gehaald moeten worden toen duidelijk was dat er aangifte was gedaan. Niemand is onmisbaar, en er is geen sprake van een missie. Dat betekent overigens niet dat wij van mening zijn dat de betrokken officier schuldig is aan hetgeen gemeld is of waarover men aangifte heeft gedaan. Iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Door aan te geven dat de betrokken officier van essentieel belang was voor de “missie” wordt hetgeen is voorgevallen gebagatelliseerd of wordt wellicht wel de suggestie gewekt dat een en ander minder kwalijk zou zijn als men een essentiëlere functie heeft. Dat kan uiteraard nooit de bedoeling zijn.

Inmiddels is er veel gezegd over de sfeer aan boord en over “verveling”. Wij hebben daar van verschillende kanten signalen over ontvangen, zowel voor als na de media-aandacht die veroorzaakt is door dit incident. Rode draad is dat de aard van de missie veranderd is en dat velen liever meer gerichte (Corona-)hulp had willen bieden op de eilanden. Dat is inherent aan het “militair zijn”, men wil het verschil maken en zo hoort het ook. Sommigen vervelen zich daardoor in een bepaalde mate, anderen krijgen de kans om werk te verrichtten waar men anders niet aan zou toekomen. Ze verrichten taken voor de Kustwacht of gaan bepaalde vaardigheden oefenen en trainen. Eenieder ervaart dat op een andere wijze, en dat blijkt ook zeker uit reacties die bij de ACOM zijn binnengekomen voor, maar ook na, de commotie over dit incident (of deze incidenten). Alle betrokkenen voeren in die zin een taak uit, en dat doet men naar beste eer en geweten. En wat de ACOM betreft is het een uitstekende keuze geweest om, op het moment dat het kon, Zr.Ms. Karel Doorman naar het Caribisch gebied te sturen om de nodige goederen en mensen naar het Caribisch deel van het Koninkrijk te brengen. Zo konden en kunnen zij ondersteuning bieden op het moment dat het nodig was/is omdat men immers al ter plaatse was of is. Als men nog in quarantaine had gemoeten en naar het gebied had moeten verplaatsen als daadwerkelijke steun verleend had moeten worden was er immers kostbare tijd verloren gegaan!

Incidenten als hetgeen nu in de publiciteit zijn gekomen zullen we nooit helemaal kunnen uitbannen, en als die zich voordoen zal er adequaat gehandeld moeten worden. Bij adequaat handelen hoort ook een gedegen onderzoek. Zoals eerder genoemd is iedereen onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

Tot slot constateren wij dat het incident zeer veel negatieve effecten heeft. Allereerst voor alle direct betrokkenen en hun thuisfront, die wij uiteraard alle sterkte toewensen. Daarnaast voor Defensie in het algemeen en de Koninklijke Marine in het bijzonder. Helaas zijn het doorgaans de negatieve berichten die de overhand hebben in de pers terwijl er ongelooflijk veel goede dingen worden gerealiseerd.


Desgevraagd heeft C-ZSK, vice-admiraal R.A. Kramer, de volgende reactie op dit artikel gegeven:

Wat de minister zegt op twitter ‘dat het gaat om een cruciale functie’ klopt. Dat speelde echter geen rol in de procesgang; na aangifte werd de KMar ingeschakeld, zoals wij dat altijd doen. Indien op basis van hun bevindingen er een gegronde reden is om iemand van boord af te halen, dan doen we dat. Echter, al tijdens de gesprekken met de KMar gaf betrokkene aan direct van boord te willen. Daar hebben we uitvoering aan gegeven. Nu wordt de suggestie gewekt dat betrokkene de ruimte had om zelf te kiezen om van boord te gaan of te blijven, dat is niet correct.


Kortom, wij hebben exact gedaan wat we bij iedereen gedaan zouden hebben, van matroos tot commandant. Als de suggestie van klasse justitie gewekt zou zijn dan neem ik daar nadrukkelijk afstand van.