In de (sociale) media verschenen berichten dat Defensie op 30 december 2020 een contract gaat tekenen met een marktconsortium voor het programma Grensverleggende IT (GrIT). Met dit contract doet Defensie de grootste investering op IT-gebied in haar geschiedenis. Hoewel wij het met Defensie volstrekt eens zijn dat er (al jaren) een enorme slag gemaakt moet worden in het aanpassen en verbeteren van de IT bij Defensie verbaast dit ons toch enorm.

Naar onze mening betreft het hier een vorm van publiek-private samenwerking of sourcing en er zijn afspraken gemaakt over hoe we met dat soort zaken om dienen te gaan. Een groot punt van zorg is dan ook hoe we in de toekomst om zouden moeten gaan met het zittende personeel als werkzaamheden over gaan naar de markt of vervallen. Het heeft er immers alle schijn van dat er in de toekomst binnen Defensie voor minder personeel werk zal zijn en dat ook de aard van het werk aanzienlijk zal wijzigen. Er zal, naar alle waarschijnlijkheid, sprake zijn van een significante kwantitatieve en kwalitatieve mismatch. Wij hebben Defensie dan ook al meerdere malen opgeroepen om afspraken te maken over de algemene personele aspecten die met dit project te maken hebben.

De eerste oproep dienaangaande kwam nadat Defensie een eerdere personeelsparagraaf dienaangaande had ingetrokken en daarbij had toegezegd met een nieuwe te komen indien er ontwikkelingen zouden zijn aangaande GrIT (september 2019). Hoewel wij van Defensie niets vernamen kregen wij steeds meer signalen dat er concrete stappen gezet werden en wij hebben Defensie dan ook op verschillende manieren opgeroepen om het gesprek aangaande de personele aspecten te gaan voeren. Daarover dient immers overeenstemming te worden bereikt tussen de sociale partners.

Dit hebben wij gedaan in meerdere vergaderingen aangaande dit onderwerp maar ook middels een aantal brieven. In die brieven hebben wij aangegeven dat het voor ons als een paal boven water staat dat er in al die gevallen, waarin werk overgaat naar de markt, personeel van werk naar werk begeleid dient te worden. Inzake GrIT is dat dan ook niet anders, Defensie heeft immers zelf in een Kamerbrief aangegeven dat bij GrIT sprake is van een samenwerking met de markt waardoor Defensie kan beschikken over innovatieve IT en flexibel kan op- en afschalen in de dienstverlening.

Ook hebben wij in die brieven aangegeven dat er wat ons betreft, om de rechtspositie van het huidige personeel te waarborgen, geen sprake kan zijn van ondertekening van contracten met externe marktpartijen alvorens sociale partners overeenstemming hebben bereikt over de Personeelsparagraaf GrIT.

Hoewel er van overeenstemming dienaangaande geen sprake is heeft het er toch alle schijn van dat Defensie nog “even snel voor de jaarwisseling” wil overgaan tot ondertekening.

Ook moge het duidelijk zijn dat het niet ondenkbaar is dat er uiteindelijk enorme extra kosten gemaakt zullen gaan worden die nu niet helder zijn omdat er niet op voorhand meegewogen is welke algemene personele afspraken er gemaakt moeten gaan worden. Die kosten kunnen dan ook niet (op de juiste wijze) zijn meegewogen bij de kostenraming. Enkele jaren terug werd door Defensie ook voortvarend doorgepakt inzake een Publiek-private samenwerking dan wel uitbesteding. Dat ging toen over de uitbesteding van PARESTO. Vlak voor de finish werd dit project vervolgens alsnog geannuleerd omdat voor Defensie toen pas duidelijk werd wat de effecten zouden zijn voor het personeel dat vele jaren voor Defensie (PARESTO) had gewerkt.

Dit zijn dan wederom van die dagen dat men zich afvraagt wat voor werkgever Defensie wil zijn.

Klik hier voor de eerdere personeelsparagraaf aangaande GrIT.
Klik hier voor de intrekkingsbrief personeelsparagraaf aangaande GrIT.
Klik hier voor onze brief aan de werkgroep AP aangaande GrIT.
Klik hier voor onze brief aan het SOD aangaande GrIT.