Structureel 17 miljard extra nodig voor “hoogtechnologische, informatiegestuurde krijgsmacht”

In krap 15 jaar, in 2035, moet de Nederlandse krijgsmacht een “hoogtechnologische”, door informatiegestuurde, adaptieve, wendbare organisatie zijn die in staat is snel te schakelen. Kortom, informatie wordt meer dan ooit “het wapen” van Defensie. Dit is de kern van de boodschap die het ministerie van Defensie uitdraagt in de ‘Defensievisie 2035-Vechten voor een veilige toekomst’ die vandaag (15-10-20) werd gepresenteerd.
Het document is in feite de routekaart naar het voorlopige einddoel: hoe de krijgsmacht er in 2035 voor moet staan. De krijgsmacht moet hoe dan ook, volgens minister van Defensie Ank Bijleveld, anders ingericht worden, anders, slimmer, gaan werken. Hoogtechnologisch, informatiegestuurd “ongeacht het budget” dat voorhanden is.

Om die noodzakelijke modernisering van de krijgsmacht te bereiken is structureel een budget van € 13 tot 17 miljard extra nodig. Bijleveld voorziet dan ook “keuzes en fasering” onderweg naar de informatie-technologisch heringerichte krijgsmacht.

Gematigd positief

De ACOM reageert in eerste aanleg gematigd positief op de Defensievisie 2035. Dat er extra budget nodig is voor de ‘nieuwe’ krijgsmacht ligt voor de hand. De hamvraag hierbij is altijd: hoeveel heeft Nederland over voor zijn veiligheid? Met de beraamde structurele extra fondsen kruipt ons land ook weer een beetje meer op richting de gewenste verhoging van de defensie-uitgaven tot 2% van het bbp in 2024.

De publicatie van de Defensievisie voor de komende 15 jaar is onder meer van belang om politieke partijen bij de aanstaande verkiezingen te bepalen bij de noodzaak van een technologisch hoogwaardige krijgsmacht. Een krijgsmacht die in staat is om ook de toenemende cyberwarfare dreigingen het hoofd te bieden zonder de conventionele dreigingen te veronachtzamen. De noodzakelijke veranderingen vereisen ‘langjarige politieke commitment’. “Veiligheid is immers geen luxe. Het is een harde voorwaarde voor vrijheid, welvaart en democratie. Het is een kerntaak van onze overheid die meer prioriteit verdient”, aldus de Defensieminister.