We krijgen de laatste maanden veel vragen van militairen (en in mindere mate van burger-leden) aangaande COVID-19. De vragen gaan dan veelal over COVID-19 in het algemeen maar gaan ook vaak over zaken als de verplichte quarantaine (thuis dan wel op een door Defensie te bepalen locatie), de verplichte PCR-test en of Defensie de militairen kan verplichten een vaccinatie te ondergaan. Naar onze mening is het niet mogelijk om militairen te verplichten een PCR-test te laten ondergaan en is daarnaast de uitkomst van een PCR-test een medisch geheim. Dit mag dan ook niet zomaar (zonder toestemming van de belanghebbende) gedeeld worden met de werkgever Defensie. De quarantaine maatregelen kan men, naar onze mening, wel verplicht opleggen aan militairen. De grondslag hiervoor is artikel 12h van de Wet Ambtenaren Defensie (WAD). Hier staat onder meer:

“De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door Onze Minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven.”

De meeste vragen, en daarop volgende de langste gesprekken, gaan echter over de COVID-vaccins. Enerzijds zijn veel militairen van mening dat militairen door (moeten) gaan waar anderen stoppen en daardoor met voorrang gevaccineerd zouden moeten/mogen worden. Anderzijds zijn militairen van mening dat het eventueel vaccineren een inbreuk is op de integriteit van het lichaam en derhalve niet verplicht zou mogen worden opgelegd in het geval van het COVID-19 vaccin.
Los van de argumenten die alle betrokkenen hebben en op een bepaalde manier wegen bij het bepalen van het standpunt zijn er een aantal feiten, wetten en regelingen die in deze van belang zijn en die delen we graag met u in dit artikel.

Er is een Wet Immunisatie Militairen 1953 (WIM) en een Regeling Immunisatie Militairen 2002 (RIM) en op basis daarvan worden militairen al verplicht gevaccineerd. In de RIM staat een opsomming van vaccinaties die militairen krijgen bij het in dienst komen (en die zo nodig herhaald kunnen worden) en een opsomming van vaccinaties die men alleen kan/zal krijgen als men om redenen van dienst in een gebied dient te verblijven waar een bepaalde ziekte endemisch is. De minister van Defensie kan op basis van artikel 3 van de WIM militairen de verplichting op leggen zich te laten vaccineren. In dit artikel staat onder meer:


“1. Onze Minister is bevoegd militairen de verplichting op te leggen zich, ter voorkoming van optreden of verspreiding van ziekten in de strijdkrachten, aan revaccinatie tegen pokken en aan iedere door hem nodig geoordeelde inenting en herinenting tegen andere ziekten, te onderwerpen.

  1. Alvorens een verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd, kan Onze Minister advies vragen aan een door hem ingestelde commissie van deskundigen.”

    Dit advies is door de Minister gevraagd aan de Commissie Deskundigen Immunisatie Militairen (CIDM) en ontvangen. Daar is ook een appreciatie op gegeven door de Militair geneeskundige autoriteit, Commandeur Blom.
    Op basis van deze adviezen heeft de minister de bevoegdheid om middels vast te stellen regel(ing)en de verplichting op te leggen. De meest voor de hand liggende optie daarbij zou het aanpassen van de RIM zijn, maar dat zou in dit geval impliceren dat elke militair verplicht gevaccineerd dient te worden aangezien COVID-19 wereldwijd endemisch is. Dat lijkt niet alleen onwenselijk maar zou ook een vreemd signaal zijn in een tijd waar niet voldoende vaccins voor handen zijn.
    Defensie is dan ook met een voorstel gekomen voor een tijdelijke regeling en over deze regeling dient Defensie, op basis van het besluit Georganiseerd Overleg Defensie overleg te voeren met de bonden . Wel is het in deze kwestie zo dat, indien er geen overeenstemming bereikt wordt tussen de sociale partners, de Minister deze regel(ing) toch kan doorvoeren.

    Er zijn in deze kwestie voor ons een aantal zaken van belang. In willekeurige volgorde:

    • Er mag zeker niet lichtzinnig worden omgesprongen met de mogelijkheid voor de Minister om vaccinaties verplicht op te leggen aan militairen. Zeker in het geval van de huidige vaccinaties waar nog veel onduidelijkheden zijn, met name over de eventuele effecten op de langere termijn;
    • Bij het opleggen van de verplichting dient dit gebaseerd te zijn op de risico’s in het gebied waar de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd en dient door het niet-vaccineren de inzet van de Krijgsmacht in gevaar te komen;
    • Er mag, naar onze mening, derhalve nooit gekozen worden voor een vaccinatieplicht op basis van bedrijfsvoeringsaspecten;
    • Wij zijn van mening dat militairen moeten worden gemotiveerd om zich vrijwillig te laten vaccineren en zijn er daarbij van overtuigd dat het overgrote deel van de militairen zich daarbij, zo spoedig als mogelijk, zal willen laten vaccineren. Wij vinden dan ook dat Defensie zich maximaal moet inspannen om zeker te stellen dat voor militairen die voor vervulling van de dienst in het buitenland dienen te verblijven in een gebied waar het risico van COVID-19 hoger is dan in Nederland, voldoende vaccins beschikbaar zijn om eenieder die dat wenst ook daadwerkelijk te kunnen vaccineren;
    • Naar onze mening mag uitsluitend aan groepen militairen de verplichting worden opgelegd zich te laten vaccineren tegen COVID-19 indien de betreffende militairen, die voor vervulling van de dienst in het buitenland dienen te verblijven in een gebied waar het risico van COVID-19 hoger is dan in Nederland;
    • Overigens wijzen wij u er ook op dat, naar onze mening, het gegeven of u al dan niet gevaccineerd bent behoort tot het medisch geheim. Dit mag derhalve niet gedeeld worden met de werkgever zonder uw instemming.

Sterker nog, de werkgever mag u daar niet eens naar vragen.
Tot slot wijzen wij u graag op de uitzonderingsbepaling in artikel 5 en 6 van de WIM. Op basis van deze artikelen kunt u worden vrijgesteld van een eventuele vaccinatieplicht op basis van geneeskundige gronden of op gronden ontleend aan godsdienst, levensbeschouwing of zedelijke overtuiging gewetensbezwaren.

[1] Dit staat beschreven in artikel 3 van het BGOD
[2] Er is sprake van overeenstemming indien twee of meer van de centrales van Overheidspersoneel instemmen met het voorstel. Dit is beschreven in artikel 3 lid 3 van het BGOD.