Veel van onze leden, maar ook vele niet leden die ons benaderen, vragen om openheid van onze zijde. Op zich een begrijpelijke vraag. Ook de ACOM heeft immers Defensie opgeroepen om transparant te zijn en op tafel te leggen wat ze te bieden heeft. Eerder hebben wij de uitganspunten voor de onderhandelingen voor een nieuw arbeidsvoorwaardenresultaat gedeeld, maar dat vonden velen nog niet concreet genoeg. Het is dan niet zo vreemd om zelf ook transparant te maken wat onze inzet is.

Let wel, het gaat hier om een inzet. Uiteraard valt er over elk punt van een inzet te praten en kunnen en moeten er keuzes gemaakt worden. Het is dan ook van het grootste belang dat er zo snel als redelijkerwijs mogelijk is een onderhandelingsresultaat komt, waar een overgrote meerderheid van de leden van de centrales (die participeren in het overleg) zich achter kan scharen, want alleen dan kan het tot een akkoord komen en zullen de afspraken worden ingevoerd en doorgevoerd.

Ook benadrukken wij nog maar eens dat het vertrouwen in de minister van Defensie (in de rol als werkgever) is opgezegd en dat er, naast voldoende beleidsmatige en financiële ruimte, ook snel iets zal moeten gebeuren om dit vertrouwen te herstellen. Zonder wederzijds respect en vertrouwen kan er van daadwerkelijke onderhandelingen niet veel terecht komen.
De inzet van de ACOM gaat, voor een nieuw onderhandelaarsresultaat Arbeidsvoorwaarden, uit van de volgende punten:

Looptijd en inkomenseffecten

Het personeel van Defensie heeft een belangrijke taak en de salarissen zijn daarmee niet in overeenstemming. De uitstroom is enorm waardoor er een structurele, en steeds groter wordende, ondervulling van de organisatie bestaat. Het personeel van Defensie heeft recht op een salaris waar respect en waardering uit blijkt en daar hoort een salarisverhoging bij die daadwerkelijk zorgt voor een verbetering van de koopkracht. Ook dient er, na wederom een periode zonder daadwerkelijk arbeidsvoorwaardenakkoord, rust te komen op dit vlak.
De ACOM zet dan ook in op een looptijd van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2021.

Binnen deze looptijd is de inzet van de ACOM:
• Per 1 oktober 2018 een salarisverhoging van 2%;
• Per 1 januari 2019 een salarisverhoging van 3.25%;
• Per 1 januari 2020 een salarisverhoging van 3.25%;
• Per 1 januari 2021 een salarisverhoging van 3.25%;

Daarnaast dient in november 2019, november 2020 en november 2021 de eindejaarsuitkering aangevuld te worden tot een volledig maandsalaris.

Deze salarisverhogingen dienen uiteraard door te werken in de wachtgeld-, UKW- en FLO-uitkeringen van het gewezen defensiepersoneel.

Het (flexibel) personeelssysteem
In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 hebben de sociale partners al afspraken gemaakt over het vormgeven aan een volledig nieuw personeelssysteem. We hadden immers gezamenlijk vastgesteld dat het huidige FPS niet meer kon zorgen voor enerzijds een evenwichtige personeelsopbouw en anderzijds een kwaliteitsinvestering in het personeel. Sociale partners kwamen overeen dat deze structurele en grote wijziging binnen uiterlijk drie jaar gerealiseerd zou zijn. Deze termijn loopt af binnen de door ons voorgestelde looptijd en dientengevolge is de ACOM van mening dat er nu al een serieuze verandering dient plaats te vinden.

Onze inzet is dan ook:
• Om alle onderofficieren en officieren die thans een FPS1 of FPS 2 aanstelling hebben per direct een vaste aanstelling te geven;
• Om alle toekomstige aspirant onderofficieren en officieren die tijdens de looptijd van dit resultaat in dienst treden een vaste aanstelling te geven;
• Soldaten en korporaals maximaal de mogelijkheid te bieden om zich te kwalificeren voor onderofficiers- en officiersopleidingen.

Dit zou dan een eerste concrete stap moeten zijn in de omvorming naar een nieuw personeelssysteem waarbij ruimte is voor allerlei uiteenlopende contractvormen voor zowel burger- als militair personeel.

Pensioenstelsel specifiek voor militairen

De ACOM is bereid mee te gaan in de pensioenparagraaf zoals die stond verwoord in het laatste, afgewezen, onderhandelaarsresultaat. Maar zal zich wel in blijven zetten voor de volgende aanpassingen:
• Voor 2019 blijft de pensioenregeling een regeling met een eindloonkarakter. De nieuwe regeling gaat derhalve pas in per 2 januari 2020;
• Er dient een sociaal en maatschappelijk aanvaardbare verzachtende dan wel compenserende maatregel te komen voor mensen die in het huidig dan wel toekomstig inkomen worden benadeeld door deze regeling.

Verzachtende en compenserende maatregelen

De ACOM is en blijft van mening dat deze pensioenregeling specifiek voor militairen uitlegbaar is en op meerdere punten een verbetering is t.o.v. de huidige pensioenregeling waar deze voor in de plaats komt.
Dat neemt echter niet weg dat er ook (ex-)militairen zullen zijn die een nadelig effect kunnen ervaren doordat zij meer premie (in Euro’s) moeten gaan betalen in de nieuwe regeling dan in de oude regeling het geval zou zijn geweest. Als dat voorkomt is het voor de ACOM een harde eis dat dit extra premiebeslag (gebaseerd op dezelfde inkomenselementen) volledig voor rekening komt van de werkgever.
Ook kan het voorkomen dat militairen, met name bij een toekomstige individuele salarisverhoging, in de nieuwe pensioenregeling minder pensioen op gaan bouwen dan binnen de oude pensioenregeling het geval zou zijn geweest.

Het spreekt voor zich dat de ACOM voor deze situatie maatregelen wil afspreken.

Voor deze maatregelen zet de ACOM in op:

• Voor militairen die na de invoering van het nieuwe pensioenstelsel daadwerkelijk achteruitgaan in pensioen(perspectief) zal een acceptabele verzachtende maatregel worden gerealiseerd;
• Voor militairen die in de (nabije) toekomst een individuele promotie (salarisstap of bevordering) maken wordt bezien of er in de oude pensioenregeling meer pensioenopbouw zou zijn geweest. Indien dit het geval is dient deze achteruitgang te worden verzacht. Het heeft de voorkeur om deze verzachting in het pensioen te laten landen maar als dat niet haalbaar is zal het gedurende een bepaalde periode in het huidige loon moeten worden uitbetaald;
• Voornoemde situaties dienen duidelijk en concreet beschreven te worden. Vage beschrijvingen of open eindjes zijn geen optie.

Loongebouw voor militairen

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 is expliciet gekozen voor een directe koppeling tussen het aanpassen van de pensioenregeling specifiek voor militairen en het loongebouw voor militairen. Het huidige loongebouw is niet meer van deze tijd. Het verloop van de salarissen van militairen past niet bij het beoogde middelloonstelsel, er zitten grote verschillen tussen rangen die behoren bij een gelijke somscore en het systeem is niet aangepast bij de laatste ophogingen van de UGM/FLO-leeftijd.
De ACOM houdt dan ook vast aan het aanpassen van het loongebouw voor militairen op hetzelfde moment als het aanpassen van de pensioenregeling specifiek voor militairen.
Het volledig aanpassen van het loongebouw voor militairen lijkt te optimistisch, maar de eerste stappen dienen duidelijk en herkenbaar te zijn. De ACOM is van mening dat de volgende elementen bij deze eerste (significante) aanpassing meegenomen dienen te worden:
• Bij het aanpassen van het loongebouw mag niemand benadeeld worden;
• Er dient één loongebouw te komen voor alle militairen, dus geen onderscheid meer tussen salaristabellen voor specifieke OPCO’s;
• Er moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de UGM/FLO-leeftijd voor eenieder in de n-DER gelijk is. Hier komen immers geen OPCO-specifieke verschillen meer voor;
• Elke militair dient minimaal het wettelijk vastgestelde minimumloon te ontvangen;
• Het huidige systeem van stappen die gemaakt kunnen worden in het loongebouw zal
worden aangepast;
• Er zal rekening worden gehouden met het vroegtijdig verlaten van de organisatie;
• Er zal rekening worden gehouden met het langer doorwerken.

Toelages

In het vorige, afgewezen, arbeidsvoorwaardenakkoord was er aangaande toelages een aantal eerste stappen voorgesteld. Op alle vlakken werd dit door het overgrote deel van onze achterban als ruimschoots onvoldoende beoordeeld. Daarnaast was er uitsluitend oog voor een, zij het zeer beperkte, stijging van de vergoeding in algemene zin. Onze achterban heeft met name aangegeven dat, naast de veel te geringe stijging in financiële zin, er meer balans dient te komen tussen werk en privé en dat er meer aandacht dient te komen voor de zeer schamele vergoeding voor de inzet/werkzaamheden buiten normale werkdagen en uren. Dit geldt dan voor elke vorm van inzet en werkzaamheden. Dus zowel tijdens onregelmatige diensten als tijdens vormen van extra inzet.
De ACOM zet in die zin dan ook in op het volgende:
• Voeg per 1 januari 2019 alle vormen van meerdaagse activiteiten en oefenen samen (dus inclusief varen) en breng deze op het niveau van de huidige toelage meerdaagse activiteiten en oefenen en verhoog deze per 1 januari 2019, 1 januari 2020 en per 1 januari 2021 telkens met 10%;
• Verhoog de ZZF-vergoeding van 4 uren naar 8 uren per ZZF-dag en verhoog de vergoeding bij eventuele uitbetaling van deze uren naar het reguliere uurloon van betrokkenen;
• Aanpassen van de doelgroep in artikel 9 lid 4 van de regeling VROB met de rangen tot en met Luitenant-Kolonel ;
• Het vervangen van de vergoeding in geld voor het verrichten van diensten en werkzaamheden op ZZF-dagen (artikel 9 lid 4 en 5 van de regeling VROB) door de eerdergenoemde 8 uren die in voorkomend geval uitbetaald dienen te worden tegen het reguliere uurloon van betrokkenen;
• Verhoog de Toelage Onregelmatige Dienst voor militairen per 1 januari 2019, 1 januari 2020 én 1 januari 2021 met 50% (t.o.v. de hoogte van de toelage van 2018) en verricht als sociale partners een onderzoek naar een meer bij de tijd passende TOD die uiterlijk op 1 januari 2022 geïmplementeerd dient te zijn.

Sociaal Beleidskader

Op dit moment is het Sociaal Beleidskader verlengd tot een eventueel nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Het is uiteraard altijd de intentie van sociale partners geweest om belangrijke elementen uit het Sociaal beleidskader over te hevelen naar vaste regelgeving. Dat is tot op heden niet gelukt en vergt ook nog veel overleg en tijd. Los daarvan is het evident dat in het huidige tijdsgewricht, met een enorme ondervulling enerzijds en een groeiende organisatie anderzijds hoogstwaarschijnlijk nagenoeg geen sprake zal zijn van gedwongen ontslagen. Dat doet echter niets af aan het feit dat het wegnemen van een sociaal vangnet voor die enkeling die hier wel mee geconfronteerd gaat worden onacceptabel is. De ACOM stelt dan ook wederom voor om het huidige Sociaal Beleidskader te verlengen voor de looptijd van het voorliggende onderhandelingsresultaat.

Keuzemoment o-DER/n-DER

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 zijn wij als sociale partners een nieuwe UGM/FLO-leeftijd overeengekomen. Tot op heden is het definitieve moment waarop men een keuze moet maken om terug te keren naar de oude diensteinderegeling niet vastgesteld. Bij een eventueel volgend akkoord zullen wij daar als sociale partners een afspraak over moeten maken.

Een veelgehoord punt van ongenoegen is dat mensen nu al de keuze moeten maken terwijl het moment waarop men daadwerkelijk met UGM/FLO gaat, zelfs indien men kiest voor o-DER, nog vele jaren duurt.
De ACOM zet dan ook in op het uitstellen van het
keuzemoment, voor zover dat nog mogelijk is op basis van de leeftijd van betrokkenen, totdat men 3 jaar voor de o-DER UGM/FLO-leeftijd zit. Dat ligt op een dusdanig moment dat betrokkene beter kan inschatten of men al dan niet langer wil blijven werken dan de laatste functie terwijl men ook beter kan beoordelen wat er tot stand is gekomen aangaande het levensfasebewust personeelsbeleid. Daarnaast biedt dit de organisatie voldoende tijd om rekening te houden met het aankomende vertrek van de betrokken militair. Er is op dat moment immers duidelijk of betrokkene na de functie die op dat moment bekleed wordt nog een vervolgfunctie ambieert of dat men met UGM/FLO gaat.

De ACOM is er echt van overtuigd dat dit zorgt voor meer rust en arbeidssatisfactie onder het personeel maar ook dat hierdoor meer mensen zullen kiezen voor de nieuwe diensteinderegeling. Dat is goed voor het personeel én de organisatie.

Cafetariamodel

Het kan geen verrassing zijn dat de ACOM van mening is dat het cafetariamodel enorm
moet worden uitgebreid en dat er, in de nabije toekomst, ook mogelijkheden zouden moeten worden gerealiseerd voor het uitruilen van tijd en geld en vice versa. Dat vergt echter een brede discussie en afweging, en die discussie zal ook zeker op korte termijn gevoerd moeten worden. Er is op dit moment echter geen tijd om daarover verder te praten. Er dient immers zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is een breed arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat te liggen waar de achterban met grote meerderheid mee kan instemmen. Dat betekent echter zeker niet dat er geen stappen gezet kunnen worden om het cafetariamodel uit te breiden. Dat past bij een moderne werkgever en geeft het personeel (steeds) meer mogelijkheden om zelf keuzes te maken.

De ACOM wil derhalve de volgende drie stappen zetten:

• De bron “maximaal 10% van het jaarsalaris” per 1 januari 2019 te verruimen tot
“maximaal 15% van het jaarsalaris”;
• De vakbondscontributie per 1 januari 2019 toe te voegen als doel. Uiteraard biedt dit voordelen voor de werknemers van Defensie die lid zijn van een vakbond die is aangesloten bij één van de vier centrales die deelnemen aan het formele overleg in de sector Defensie;
• Per 1 januari 2020 de doelen die maandelijks terugkeren (reiskosten en
vakbondscontributie) ook maandelijks te verrekenen met het maandinkomen. Dit uiteraard tot de eerder genoemd maximaal 15%, het meerdere kan eventueel verrekend worden met andere bronnen. Dit gaat ervoor zorgen dat de kosten direct “verzacht worden” als deze betaald (moeten) worden en anderzijds geeft de datum van 1 januari 2020 Defensie de ruimte om e.e.a. in te regelen.

Extra onderwerpen

De ACOM heeft nog een aantal onderwerpen en elementen voor specifieke vergelijkbare groepen die wij graag, indien het tot daadwerkelijke onderhandelingen aangaande arbeidsvoorwaarden gaat komen, nader zullen onderbouwen en duiden.
Het gaat hier dan onder andere om aanvullende en specifieke afspraken voor:
• Burgerpersoneel;
• Reservisten;
• Mensen in een bepaalde levensfase;
• Mensen geplaatst in het buitenland.

Leden van de ACOM kunnen hun inbreng uiteraard nog steeds mailen naar avw@acom.nl