Mexicaanse Hond

Mexicaanse Hond september 2021

“Is this the end of the American Empire?” Een prangende vraag die insnijdt en schuurt als een kiezel van obsidiaan in de brogues van het Amerikaanse politieke spectrum, - van rechts tot ‘links’, (politieke) opinion leaders en commentatoren.

Betekent de chaotische maar bovenal smadelijke aftocht met de staart tussen de benen van Amerika (lees: het westen) uit Afghanistan, het einde van de Pax Americana, de Pax Democratica? Een retorische vraag, naar wij vrezen!

Wat een diepe, onthutsende schande. Wat een mensonwaardige taferelen op ‘Hamid Karzai Airport’ onder het gewapend toeziend oog van het militair machtigste land ter wereld. Een onderontwikkeld ‘shithole country’, in de woorden van de vorige Amerikaanse president, zou het er niet slechter van af hebben kunnen brengen.

En wij, Nederland, zijn mede verantwoordelijk voor het echec, - zo betoogt, in dit nummer, een opperofficier b.d. die het weten kan als ISAF-commandant die in 2008-2009 actief was in het zuiden van Afghanistan.

In hoge Haagse Defensiekringen heet het: “Een pijnlijke afsluiting van onze inzet in Afghanistan”. Op mijn beurt zeg ik: ‘Smadelijk en de schande voorbij, - een debacle met talloos veel gezichten.’

De ‘kleine generaal’ en haar CDS, lieten in een brief aan militairen en burgerpersoneel weten, ten prooi te zijn gevallen aan een “achtbaan aan emoties” door het onder de voet lopen van de door ons opgeleide, bewapende en geschoeide Afghaanse krijgsmacht (ANA) door de ‘sandalistas’ van de Taliban. Het betreurenswaardige duo voelde “ongeloof, moedeloosheid, maar ook woede en verdriet”.

En zich direct richtend tot onze militairen: “Jullie hebben gevochten en gebouwd, getraind en geadviseerd. Er zijn collega’s gesneuveld en gewond geraakt. Het nieuws over de verovering kan dan ook schokkend zijn voor veteranen en nabestaanden. (-) 'Hebben we daarvoor gevochten, mensen opgeleid en getraind?' De een zal volmondig 'ja' zeggen, terwijl een ander nog altijd de meerwaarde van zijn of haar missie ziet. Het is dan ook een vraag die ieder voor zichzelf moet beantwoorden.”

Tja, daar wordt de bal ongegeneerd gedeponeerd op het erf van de collega’s die maanden aaneen, dag in dag uit hun eigen leven ervoor over hadden om de Afghanen een meer vredig, veilig leven te laten lijden. Collega’s die dagelijks moesten leven met en onder vijandelijk vuur, verraderlijke ‘geïmproviseerde explosieven’, de eeuwigdurende khak, de grijze stofwolk die over het land hangt en overal doordringt, en nog meer (natuurlijk en in de quala geknutseld) ongerief. En ach, de televisiebeelden, foto’s en artikelen in de krant, social media en andere ongevraagde/ongewenste informatie-opdringers, kunnen oude fysieke en mentale wonden openrijten. In dat geval zoeke men hulp. 'Zo is 't maar net! Of niet soms?!

En daar zit je dan nu op de bank ‘Afghanistan’ buiten je wil om, te herbeleven. Daar sta je dan met je lichamelijke beperking als aandenken aan Kunduz, Uruzgan of andere buitenplaatsen in dat onherbergzame land, op aanraden van de minister en de CDS worstelend met de vraag of je militaire aanwezigheid daar wel zin heeft gehad. Of het al die offers (aan mensenlevens) wel waard is geweest. Wat? Exit strategie? Wie heeft het nu weer over exit strategie? Voor wie? Voor het Afghaanse ondersteunend personeel? Houd toch op!

Maar cynisme en grimmigheid even terzijde geschoven. Ik heb, voor zover het werk het even toeliet, met immer klimmende bewondering, respect en ontzag, gekeken naar de Paralympische Spelen. Stuk voor stuk sportlieden met een ijzeren wil om beperkingen hun leven niet te laten beknotten en kortwieken. Mensen die mogelijkheden en kansen (hebben leren) zien waar anderen ‘paal en perk’ in de mist van hun malheur zien opdoemen.

Uit hetzelfde ‘paralympische’ hout zijn ook de deelnemers aan de Invictus Games gesneden. Ik neem daar diep mijn baret voor af! In deze editie van ACOM Journaal meer over de Invictus Games.

Mexicaanse Hond juli 2021

‘Slet’, ‘matras’, ‘prooi’! “Kent u die uitdrukkingen dames en heren”, zou dominee Eppe Gremdaat* vragen. Slet, matras, prooi. Het is kennelijk dagelijkse kost op het menu en in het zorgwekkend verschraalde vocabulaire van de spijkerbroekstudenten op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in de voormalige garnizoensstad en vesting Breda.

“Machocultuur, grensoverschrijdend gedrag en sociaal onveilige situaties” veroorzaken een “giftige sfeer” op het Kasteel, blijkens een scriptie (De KMA raad ik mijn toekomstige dochter niet eens aan) van een adspirant officier. De auteur sprak voor haar thesis met een aantal van haar mannelijke en vrouwelijke collega-officieren in spé.

In ACOM Journaal zijn in de loop der tijd tal van interviews verschenen met evenzovele ‘gouverneurs’ van de KMA, - later commandanten van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Allen gaven ze in fiere, zelfbewuste woorden, hoog op over de opleiding van “mannen en vrouwen tot professionele en gemotiveerde officieren die leiding gaan geven in de dynamische Defensieorganisatie”. Daar is toch geen woord koeterwaals bij, - naar wij dachten!

Het NLDA motto ‘Kennis is macht, karakter is meer’, werd er bij de interviewer telkens staccato-gewijs ingehamerd. “Persoonsvorming: bijbrengen van de waarden en normen van Defensie en de leiderschapscultuur die Defensie omarmt”, werd de ACOM telkenmale indringend diets gemaakt. “Dienend leiderschap, leidinggeven vanuit een grote betrokkenheid bij de organisatie en het personeel.” Toch vroeg één van die geïnterviewde NLDA-commandanten zich indertijd al bekommerd af hoe dit alles “tussen de oren te krijgen bij alle militairen, jong en oud”.

Welnu, ACOM Journaal heeft zich enige tijd niet meer aangemeld bij de poortwachter van het Kasteel. En sindsdien lijkt de verloedering er met windhooskracht doorheen te zijn geraasd. Al wat overbleef: een droef en moedeloos stemmend spoor van uitholling, ondermijning en verwoesting van waarden en normen. Opeenvolgende gevallen van ‘ernstig grensoverschrijdend gedrag, intimidatie, racisme’ en nog meer intermenselijk ongerief, haalden de kolommen en uitzendingen van de gretige media.

Het doordesemen van de aankomende “dienende leiders” met de waarden en normen, de gedragscode van Defensie, blijkt een weerbarstige exercitie. Het vernislaagje is niet meer dan flinterdun en vertoont bij de eerste, de beste aanraking, craquelé en schilfering. Lopen de leraren-instructeurs, van professie toch dé cultuuruitdragers, daar nu, het schaamrood op de vierkante kaken, te somberen en mokken dat hun onderricht in dit opzicht nog geen deuk in een slap pakje boter aanbracht? Of is men er heimelijk toch verguld mee straks weer een lichting ‘macholeiders’ af te leveren, ready, willing and able to kick ass?! En intussen raast het virus van on(aan)gepast gedrag over de NLDA-campus, door de gangen, zalen, vertrekken en (bij)gebouwen aan het Kasteelplein in de Bredase wijk Valkenberg.

Bijna tegelijkertijd als de scriptiepublicatie voerde NRC Handelsblad twee vrouwelijke luitenant-kolonels op die Defensie “gedesillusioneerd hebben verlaten”. Moe- en leeg gestreden tegen “aanhoudend seksisme, racisme en uitsluiting”. Grimmig-ironisch genoeg werd een van de betrokken vrouwen indertijd door Defensie bijna zelfvoldaan op het schild geheven als boegbeeld van het succesvolle ‘gender- en inclusiviteitsbeleid’ van de krijgsmacht.

Bij CDS Onno Eichelsheim kwamen de scriptie en de over het kazernehek gewerkte vrouwen “hard binnen”. Hij ging daar dan ook “keihard” werk van maken. Maar verandering kost tijd”, dekte de primus inter pares van de actieve opper- en vlagofficieren in den lande, zich alvast in.

Dat deed overigens ook staatssecretaris Barbara Visser die onder meer repte over “aanpassing van het vormingsconcept op officiersopleidingen” en “onderzoek naar de positie van vrouwen op de KMA”. Haar conclusie: “cultuurverandering kost tijd.” Natuurlijk, cultuurverandering kost uiteraard tijd maar het proces kan worden versneld door de schragen te verwijderen waarop zo’n (organisatiegebonden) cultuur steunt. In de begrippen van Marx (vloeken in de kerk, ik besef dat terdege!) de “onderbouw” grondig ‘op de schop nemen’, zoals dat vandaag de dag heet.

Ja, alles goed en wel, maar wat te doen met de generaties die gepokt en gemazeld zijn in de ‘oude cultuur’? Want ondanks haar eigen momentum zijn het tenslotte de mensen, de ‘dragers’, die een bepaalde cultuur bestendigen.

Het is, Godzijdank, niet aan deze broodschrijver om hier een antwoord op te geven!

* Voor wie deze fictieve ‘doom’ een onbekende grootheid is: https://cutt.ly/nmySJQK

Mexicaanse Hond juni 2021

Blaas de alarmtrompet! Te paard, te paard! Bestijg uw strijdros! Wat er is? Nou, ons ‘leger’ kampt opnieuw met een tekort aan kogels, bommen en granaten. Defensie heeft zelfs amper voorraden “voor de verdediging van het Koninkrijk en zijn bondgenoten”, schreef demissionair staatssecretaris Barbara Visser op 21 mei jl. aan de Tweede Kamer. Goeiemorgen! Doedoei! Daar gaat de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht.

Een “structureel exploitatietekort” van 60 miljoen die te wijten is aan munitieprijzen die harder stijgen dan voorzien. Maar stelt de staatssecretaris achteroverleunend vast: “een besluit over eventuele aanvullende investeringen” is aan het volgende kabinet. Hoe nu, beste, brave Barbara? Moeten de militairen, hoopvol reikhalzend wachtend op het nieuwe kabinet, bij oefeningen een ‘Pechtoldje‘ doen en ‘pang, pang’ roepen? Hallo Plein 4, bent u daar nog? Of is Nederland, onze Defensie, nu inderdaad, qua budgetten, weggezakt in de bedenkelijke rijen van armlastige landen aangevoerd door Niger? U zegt het maar!

Middelerwijl moest demissionair minister van Defensie Ank Bijleveld voor de zoveelste keer spitsroeden lopen en op handen en voeten het enkeldiepe stof in de Tweede Kamer trotseren. Men was daar immers hevig in zijn wiek geschoten vanwege het “illegaal verzamelen van persoonsgegevens door een eenheid van de krijgsmacht”. Deemoedig erkende de minister dat het “nooit zo ver (had) mogen komen”.

Ze wist niet van het bestaan van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC) van CLAS dat “op grote schaal informatie verzamelde in het kader van de coronacrisis”. Dit om (meer optimaal) uitgerust te zijn tegen eventuele virusuitbraken en ander epidemisch c.q. pandemisch ongerief. De verzamelaars stieten daarbij, als “bijvangst” zei Bijleveld, ook op persoonsgegevens. Het sorteerde het effect op de usual suspects onder de Kamerleden van een rode lap op een alreeds op hol geslagen kudde stieren.

Ondertussen bij de zuiderburen. Daar ruisen het struweel, de bosschages en andere potentiële florale schuilplaatsen van militaire activiteit. Verkenners en sporenzoekers speuren nu al weken onafgebroken in de Belgische ‘jungle’, maar vooralsnog vruchteloos, naar een voortvluchtige, zwaarbewapende collega. Een 24-karaatswappie die luistert naar de naam Jürgen Conings.

De geblokte korporaal die aleer hij op de vlucht sloeg ongehinderd en kwistig mocht winkelen in het zware wapens-arsenaal van zijn legeringskazerne, strijdt naar eigen zeggen tegen “het regime” en de virologen. Met name de gekende viroloog Marc Van Ranst heeft het verbruid bij de dappere krijger die overigens mag rekenen op de nodige bijval, ook van militairen, in Vlaanderen.

“Het krioelt van de veteranen binnen extreemrechts in Vlaanderen”, stelde men dan ook vast op de redactie van Humo, het bekende Nederlandstalig satirische weekblad bij onze zuiderburen. Dagblad De Standaard concludeerde dat “Conings een zenuw blootlegt in onze samenleving. (-) En is Defensie niet een spiegel van onze maatschappij die ook naar rechts is opgeschoven?”

Rijst hoe dan ook de vraag hoe hoog het extreemrechtse en wappiegehalte is van en onder de Nederlandse veteranen? Afgaande op de participatie van (al of niet als zodanig uitgedoste wannabe’s ofwel ‘neppies’) veteranen aan ‘anti-coronamaatregelen’- demonstraties, slaat uw columnist die overigens ideologisch ergens op centrumrechts bivakkeert, de schrik om het hart.

In Frankrijk roepen, vanuit de ongetwijfeld gerieflijke maisons de repos, generaals in ruste op om het wettige gezag omver te werpen. In de Verenigde Staten doet een viersterrengeneraal b.d., een stugge, massieve Trumpiaan, idem dito, verwijzend naar de coup in Myanmar. What is this world coming to?! Dat vraag ik u af!*

Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de (demissionaire) staatssecretaris van Defensie om, op de valreep, en wel rap hè, over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.

* Wim Sonneveld (De Gulle Lach):
https://bit.ly/3pydy77

Mexicaanse Hond mei 2021

‘Het westen’, de Pax Democratica, kiest het hazenpad in Afghanistan. Twintig jaar tevergeefs pogen een vrijheidsdeukje te maken in een eeuwenoude door (etnische) stammen- en krijgsherenstrijd doordesemde cultuur van te vuur en te zwaard verdedigde onafhankelijkheid. In totaal 24 Nederlandse militairen lieten daarbij het leven.

Voor wie de culturele (pre-islam) tradities, de reputatie en de geduchte krijgersmentaliteit van de Pashtun (Pathanen) enigszins kent, zat deze ‘onverrichterzake aftocht’ er onvermijdelijk aan te komen. ‘Men brande immers nooit en te nimmer zijn vingers aan Afghanistan!’ Zo ondervonden decennia geleden al Engelsen, Russen en andere ‘koene veroveraars’ op smadelijke, vernederende wijze.

Intussen zijn 80 militairen naar dat land vertrokken, als onder meer protection force voor de 160 Nederlandse collega’s die daar nog even zijn, nog vóór de Kamer daarover een Poolse landdag had kunnen beleggen. Ai! Zieden en fulmineren in de meestal muffige achterafkamertjes van de usual suspects. De “zoveelste schoffering van de Kamer” schuimbekte men bij SP, DENK en zowaar de PvdA.

Een panische angst grijpt je naar de keel als in het geval van het in die kringen zo gewenste ‘Europees leger’, 27 parlementen over zo’n militair besluit moeten palaveren! Overigens, een terecht besluit van de ‘kleine generaal’ die als bestuurder haar verantwoordelijkheid nam en een confrontatie met de Kamer verkoos boven mogelijke lijkzakken.
Op 4 mei mochten wij de oorlogsslachtoffers herdenken en gedenken en op 5 mei vierden wij de vrijheid die zij voor ons hebben veiliggesteld. Met bloed, zweet en tranen uit de klauwen van het kwaad gered en betaald met hun (vaak nog jonge) leven. Die vrijheid, intrinsiek broos en kwetsbaar, kan ons altijd, in de woorden van de dichter, “in een onverhoedse nacht (worden) ontstolen”.
En toch, blijven wij protesteren, jeremiëren en miezemauzen tegen de broodnodige middelen voor onze nachtwakers op de verdedigingsmuren en -wallen van onze vrijheid. Jazeker, militaire oefeningen prima, maar niet bij ons in de achtertuin en zeker niet als per ongeluk het natuurgebied enigszins in het ongerede raakt. Want ‘godsgloeiende’, dan lopen we te hoop tegen ‘het leger’, dat wel te hulp moet schieten als de ‘coronanood’ piekt, dat wel ingezet zou moeten worden tegen rampokkende bendes, dat wel de helikopters op Bevrijdingsdag moet laten wieken zodat artiesten op schema arriveren op de vele festivals (dit coronajaar zelfs één groot festival online vanuit de Chinook-hangars op Gilze-Rijen), om maar eens wat te noemen.

Ondertussen heeft een nieuwe militaire ‘opperadviseur’ van de minister van Defensie zijn opwachting gemaakt. Generaal-helikoptervlieger Onno Eichelsheim nam op 15 april jl. het commando over de strijdkrachten over van luitenant-admiraal Rob Bauer die zijn carrière gaat voortzetten als voorzitter van het Militair Comité van de NAVO.
De eerste Commandant der Strijdkrachten die een gevechtsinsigne draagt zoals de minister memoreerde. Eichelsheim vuurde in zijn maidenspeech als CDS direct al zowel een Hydra als een Hellfire raket af. “De continuïteit van onze krijgsmacht is in gevaar”, waarschuwde hij. En “wij moeten kunnen vertrouwen op een krijgsmacht die het hart van de democratie in leven houdt”. Welaan dan, generaal ga daar maar aanstaan in deze buitengemeen uitzonderlijke tijden waarin de miljarden euro’s uit de kennelijk royaal bemeten knip van Financiën overal heenvliegen behalve naar de krijgsmacht om de plechtig beloofde NAVO-norm (2% BBP) enigszins te kunnen benaderen.

Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de (demissionaire) staatssecretaris van Defensie om, op de valreep, vite, vite over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.

Mexicaanse Hond april 2021

“Wij zijn de klaplopers van de NAVO”. “Wij zijn de onderpresteerders in de NAVO” “Je kijkt met schaamte naar het puntje van je schoenen”. Ferme, niet mis te verstane uitspraken, - nee, niet van een bezorgde burger, of van die (weinige) politici die het goed voorhebben met Defensie. Welnee, hier zijn de operationeel commandanten van Marine, Land-, Luchtmacht en KMar, aan het woord in het ochtendblad Trouw (02-04-2021).

Op de valreep naar zijn nieuwe functie bij de NAVO, doet CDS Rob Bauer daar ook nog een kloeke schep bovenop: “Als de Russen hier voor de deur staan, dan kunnen we onszelf niet verdedigen.”
“Parbleu”, zou markies de Canteclaer van Barneveldt, de hooghartige edelman uit ‘Tom Poes’, riposteren. Zoveel onverschrokkenheid, zoveel ‘wie-maakt-mij-wat’ van de OPCO-commandanten in de (landelijke) media. “Tiens”, aldus wederom de fictieve edelman, daar moet de dienstdoende chroniqueur van Defensie acuut voor worden opgetrommeld.

De schaamte over de meelijwekkende staat van ons defensieapparaat, zouden de ‘jongens van Jan de Witt’ aan het krijgsmachtroer, op zichzelf moeten betrekken. Decennia, heeft immers de een na de ander, gedwee meegehobbeld en gedanst naar de pijpen van nietsontziende politieke bezuinigers.
‘Yes we can and then some’ was de marsorder en onderwijl piepte, kraakte de amechtig naar adem happende krijgsmacht in al zijn geledingen dat het een aard had. De enige oppercommandant die toen zijn conclusies en dan ook aan zijn stutten trok was “De lachende generaal”, de toenmalige Chef Defensiestaf Arie van der Vlis, - God hebbe zijn ziel.

Het heeft er dan ook verdacht veel van dat men, koen en onversaagd, een molshoop van een barricade beklimt nadat vanuit de bezorgde burgerij aandacht werd gevraagd voor de deplorabele staat waarin onze krijgsmacht zich al decennia bevindt. Of het moeizaam aansukkelende kabinet zich daar iets van zal aantrekken en € 4 miljard extra in het mandje van Defensie legt? Ik heb daar een kokosnoothard hoofd in.
We leven in hoogst ongewone, om niet te zeggen bizarre tijden. Die verzuchting kwam u meermaals tegen in de kolommen van dit periodiek. ‘Veteranen’, althans lieden die zich als zodanig voordeden, die menen te moeten demonstreren tegen ge- en verboden vanwege de overheid afgekondigd in de strijd tegen COVID-19. Het Veteranen Platform distantieerde zich terstond van deze manifestatie van als ‘veteraan’ uitgedoste demonstranten.
Leveranciers van legerdumpartikelen hadden wellicht de handen vol aan het verstrekken van militair(e) (aandoende) parafernalia (‘verkeerdom’ gedragen baretten) en witte jassen van verplegend en medisch personeel. De demonstrerende dragers daarvan vielen echter snel door de mand vanwege bijvoorbeeld de lange mouwen van de uitdossing en hier en daar een Zwitsers vlaggetje dat door moest gaan voor het embleem van het Rode Kruis.
Die mondiale organisatie was er eveneens als de kippen bij om protest aan te tekenen tegen het illegale gebruik van haar onderscheidingsteken dat synoniem is met ‘neutraliteit’. Intussen deint de derde besmettingsgolf over het land en moet Defensie andermaal serieus aan de bak bij het vaccineren en de ondersteuning van civiele collega’s op de overvolle IC-afdelingen in ziekenhuizen.

De ene kluif (Srebrenica) is nog niet afgekloven of het journaille stort zich, met de verbetenheid van de hongerige wolventroep uit ‘De Dodenrit’ van drs. P., op weer een vermeende vette Defensiekluif. In de schoot geworpen door mevrouw Zegveld die er een diabolisch genoegen in schept als een venijnig-agressieve chihuahua in de kuiten van Defensie te happen. Nederlandse militairen zouden bij de ‘Slag om Chora’ in Afghanistan “buitenproportioneel” hebben gehandeld volgens mevrouw Zegveld. En of er dus subiet een substantiële schadevergoeding kan worden toegekend aan de slachtoffers. Benieuwd wat de rechter van weer zo’n ‘Zegveldje’ vindt.
Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de (demissionaire) staatssecretaris van Defensie om, op de valreep, chop-chop over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.

Mexicaanse Hond maart 2021

Transparantie, - een van de vele (ambtelijke) modewoorden van dit tijdsgewricht en veelal te betrekken uit de clichés-schappen in de taalsupermarkt. Transparantie! Ook Defensie ontkomt er niet aan maakt de departementale krant ons diets. Een speciale taskforce (toe maar, - ziet u het voor zich?) “onderzoekt welke maatregelen op korte termijn noodzakelijk en uitvoerbaar zijn. De organisatie gaat lerend voorwaarts als het gaat om openheid van zaken geven.”

Uit het vraaggesprek met de secretaris-generaal en de CDS die de transparantie-expres nawuifden, kunnen wij alvast leren dat er een waar ravijn gelegen is tussen “zinnig geheim en geheimzinnig”. Dat is een diepe, ‘zinnig geheim’ en ‘geheimzinnig’, - het zij ruimhartig toegegeven. Een stuk minder filosofisch en ontnuchterend is de constatering dat een “zorgvuldige vastlegging en archivering” van belangrijke nota’s, dossiers etc. ten departemente, nog heel veel te wensen overlaat.

Maar vrees niet! Immers, als de nood dreigend nabij komt is daar de special taskforce. Die trekt nu, gewapend met “een nieuw archiveringssysteem”, het defensieveld in. In ijltempo langs kazernes, vliegbases en andere legerplaatsen om nijver, doch met grote gestrengheid, orde op zaken te stellen. En daar moeten ook nieuwerwetsigheden als whatsapp- en e-mailberichten aan geloven.

Transparantie! Het is niet zelden newspeak. En in veel gevallen waarin er sprake van zou zijn, is het van een verraderlijke nep-doorschijnendheid. Net als blaadjes gelatine die in warm water gelegd, helder doorschijnend lijken om vervolgens als vale aalgladde drab door je vingers te glibberen. Benieuwd of het de taskforce, wadend door een melasse-moeras van bureaucratische regels, verordeningen etc., lukt om daar een zwak transparantielichtje te ontsteken.

Immers de regelgevingscultuur lijkt zich genesteld te hebben in de genen van de organisatie dat wil zeggen van de mensen die de organisatie vormen. Neem nou de weermannen/-vrouwen van Vliegbasis Woensdrecht. Die toonden hun wettische karakter van strikte, krampachtige naleving van de regels, door informatie over een rap naderend onweer, niet te delen met instructeurs van de KMSL die met VeVa-leerlingen oefenden op het nabijgelegen oefenterrein Ossendrecht. Die oefengroep beschikte over inmiddels achterhaalde weerinformatie. En ach ja, die meteorologen hadden het eng bureaucratische gelijk volledig aan hun zijde toen ze de geüpdatet weersverwachting niet doorgaven aan de VeVa-groep in het veld. Het immer geroemde ‘gezonde boerenverstand’ haperde hier en deed hen helaas niet voorbij die regels denken. Want zoals het adagium luidt nietwaar: Regels zijn regels en daar houd je je aan, anders is het eind zoek en de chaos compleet. En laten we tenslotte wel wezen zeg: Jou treft toch geen blaam als je (adspirant) collega’s in het veld verrast worden door plotseling opstekend noodweer met inslaande bliksem die 14 leerlingen verwondt van wie één zeer ernstig.

Het staat allemaal nuchter en transparant opgeschreven in het onderzoeksrapport ‘Risico’s onderkend?’ van de Inspectie Veiligheid Defensie.
Welnu, op het ‘zwart gat’ van zo’n bijtend koude regel- en instructiecultuur waaruit geen transparantielicht ooit ontsnapt, mag, wat ons betreft, de special taskforce zijn militaire zaklamp met goesting richten.

Overigens ben ik van mening dat het de heilige plicht is van de staatssecretaris van Defensie om chop-chop over de brug te komen met een fatsoenlijke aanzet voor een acceptabel Arbeidsvoorwaardenakkoord.